Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.10
4.6.10 Veraccijnsde goederen
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS300515:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Overweging 9 considerans en art. 7 lid 1 Accijnsrichtlijn. Art. 7 lid 1 en art. 9 lid 1 Accijnsrichtlijn.Art. 2b Wa.
Art. 24 Richtlijn energiebelastingen. Tot 1 januari 2004: art. 8 bis Structuurrichtlijn minerale oliën (Vervallen). HvJ EG 9 september 2004, nr. C-292/02, Meiland Azewijn BV vs. Hauptzollamt Duisburg, Jur. 2004, p. I-7905, r.o. 35.
Art. 3:107 BW. Zie conclusie van A-G Van den Berge par. 3.1 voor HR 3 september 1997, nr. 31.800, BNB 1998/18.
Overweging 7 considerans en art. 7 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 6 Accijnsrichtlijn.
Art. 22 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 6 en art. 22 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 22 lid 1 en lid 2 Accijnsrichtlijn.
Van goederen die reeds in een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en waarvan de accijns dus al is geheven (veraccijnsde goederen), en in een andere lidstaat voor handelsdoeleinden voorhanden worden gehouden, vindt eveneens met toepassing van het bestemmingslandbeginsel accijnsheffing plaats in de lidstaat van bestemming.1 Voor minerale oliën geldt dat zij moeten worden veraccijnsd in de lidstaat van bestemming, niet in de lidstaat waar zij in de verbruikssfeer worden gebracht.2 Wanneer die accijnsgoederen naar een andere lidstaat worden geleverd of bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden geleverd, of in een andere lidstaat worden bestemd voor eigen verbruik van een bedrijf of een publiekrechtelijke instelling, wordt de accijns verschuldigd in die andere lidstaat ter zake van het voorhanden hebben, met als belastbaar feit het moment van aanvang van de feitelijke beschikkingsmacht over de goederen voor handelsdoeleinden3, waaronder begrepen de levering en het aanwenden voor eigen verbruik in het kader van de onderneming of het publiekrechtelijke lichaam.4
Om cumulatie van accijnsheffing, dat wil zeggen dubbele accijnsheffing binnen de interne markt te voorkomen, voorziet de Accijnsrichtlijn er voor veraccijnsde goederen in, dat na voldoening van de accijns in de lidstaat van bestemming, de eerder in de lidstaat van herkomst (waar de uitslag tot verbruik heeft plaatsgevonden) voldane accijns kan worden teruggevraagd en gerestitueerd.5 Veraccijnsde goederen worden na overbrenging naar een andere lidstaat aldaar conform het bestemmingslandbeginsel opnieuw belast en de accijns door de lidstaat van herkomst onder voorwaarden teruggegeven.6
Als de veraccijnsde goederen zijn bestemd voor een afnemer in een andere lidstaat, bestaat voor deze goederen de mogelijkheid van teruggaaf van die voldane accijns in de lidstaat waar de uitslag tot verbruik heeft plaatsgevonden. Voorwaarde is wel dat in de lidstaat van bestemming aangifte wordt gedaan en aldaar – conform het bestemmingslandbeginsel – de accijns opnieuw wordt voldaan. Om teruggaaf van de voldane accijns in de lidstaat waar de uitslag tot verbruik heeft plaatsgevonden moet worden verzocht bij de douaneautoriteit in die lidstaat.7
De gemeenschapswetgever heeft van de voorkoming van dubbele accijnsheffing echter geen absoluut belastingbeginsel gemaakt. Wanneer goederen die in een eerste lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en al dan niet uit dien hoofde van een fiscaal merkteken van deze lidstaat zijn voorzien, bestemd zijn voor verbruik in een andere lidstaat en naar deze lidstaat worden verzonden, kan teruggaaf van de in eerstgenoemde lidstaat betaalde accijns slechts worden verkregen wanneer betaling van de accijns in de lidstaat van bestemming is bewezen, en – zo sprake is van fiscale merktekens – bovendien de vernietiging van de fiscale merktekens van lidstaat van herkomst wordt geconstateerd door de belastingautoriteit van die lidstaat.8 Dit betekent dat als de belastingautoriteit van de lidstaat van afgifte van de fiscale merktekens de vernietiging van deze merktekens niet kunnen vaststellen, de goederen waarop deze merktekens zijn aangebracht, aanleiding geven tot betaling van accijns niet alleen in de lidstaat waar zij tot verbruik zijn uitgeslagen, maar ook in de lidstaat van bestemming voor verbruik. Hiermee heeft de gemeenschapswetgever de voorkoming van fraude en ander misbruik zwaarder laten wegen dan het bestemmingslandbeginsel, het beginsel van heffing in een enkele lidstaat, de lidstaat van verbruik.