Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.19:4.6.19 Overbrenging via pijpleiding
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.19
4.6.19 Overbrenging via pijpleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS296829:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De handelwijze die gevolgd moet worden als het gebruik van het AGD feitelijk niet passend is, moet worden vastgesteld volgens de bijzondere regelgevingsprocedure van de Accijnsrichtlijn.1 Deze gang van zaken ziet in het bijzonder op het vervoer van accijnsgoederen via pijpleidingen.2 Met inachtneming van de Verordening onveraccijnsd document stellen de lidstaten daarvoor hun eigen uitvoeringsregels op.3 Met betrekking tot het transport van accijnsgoederen door pijpleidingen is het onmogelijk het AGD de goederen te doen vergezellen. Zo zal een pijpleiding – althans het gedeelte dat ligt op het grondgebied van een lidstaat – worden aangemerkt als een belastingentrepot.
De leiding wordt niet aangemerkt als een vervoerssysteem. De beheerder van de pijpleiding moet in elke lidstaat waar die doorheen loopt in het bezit zijn van een vergunning voor een belastingentrepot. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van het product, de pijplijn zelf en voor de voldoening van de accijns in die lidstaat. Van de te verlenen vergunning, waarin de lengte van de pijpleiding en de locatie van alle punten voor de toevoer en de afvoer van minerale oliën moeten zijn opgenomen, wordt een afschrift gezonden aan de douaneautoriteiten van de andere lidstaten waar de pijpleiding is gelegen.
In de praktijk wordt een pijpleiding ook veelal beheerd door afzonderlijke ondernemingen.
Het vervoer van minerale oliën van raffinaderij A in Rotterdam via een pijpleiding van onderneming B naar olieopslagplaats C in Duitsland leidt voor de accijns dan tot het overbrengen van minerale oliën onder schorsing van accijns van A naar B en vervolgens van B naar C. Voor beide overbrengingen geldt dat deze niet behoeven te worden aangetoond met een AGD.4 Van de overbrenging per pijpleiding is de vergunninghouder van het belastingentrepot gehouden de inspecteur maandelijks een opgaaf te zenden.5 Het brengen van minerale oliën in de pijpleiding wordt aangemerkt als inslag in het belastingentrepot. Het onttrekken van minerale oliën uit de pijpleiding wordt aangemerkt als uitslag uit het belastingentrepot, tenzij de minerale oliën worden ingeslagen in een ander belastingentrepot. In de aan de beheerder van de pijpleiding af te geven vergunning voor het belastingentrepot moet worden bepaald, dat bij de periodieke aangifte een overzicht moet worden overgelegd van de hoeveelheid minerale olie die in de pijpleiding is ingebracht en van de hoeveelheid minerale olie die uit de pijpleiding is gehaald. Daarnaast dient een overzicht van het voorraadverloop te worden overgelegd. Deze overzichten moet de vergunninghouder eveneens zenden aan de douaneautoriteiten van de andere lidstaten waar de pijpleiding is gelegen.