Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.13
4.6.13 Invoer en uitvoer
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS305302:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 5 lid 1 tweede en derde volzin Accijnsrichtlijn.
Art. 6 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Art. 18 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 5 Accijnsrichtlijn.
Art. 1a lid 1 onderdeel l Wa.
Art. 551 lid 1 UCDW. Art. 1 CDW. Eisen van de zijde van belanghebbenden zoals die in verband met een verdere distributie van de goederen kunnen daaronder niet worden gerangschikt. Besluit van de staatssecretaris van 9 september 2003, nr. CPP2003/2224M. De behandelingskosten ter zake van de behandeling onder douanetoezicht verhogen de douanewaarde van de behandelde goederen.Art. 551 lid 3 UCDW. Besluit van de staatssecretaris van 9 september 2003, nr. CPP2003/2225M.
Art. 3 lid 3 Wa.
Art. 2 t/m art. 6 UB Accijns.
Art. 4 UB Accijns.
De vervoersopdracht moet de NAW-gegevens en specifieke gegevens betreffende de overbrenging bevatten. De naam en het adres van de vergunninghouder of van degene die in deze namens hem optreedt, het nummer van de vergunning van de vergunninghouder, de naam en het adres van vervoerder, de naam en het adres van de vergunninghouder van de AGP waar de accijnsgoederen naartoe gaan en het adres van die AGP, de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen, de datum waarop de overbrenging van de accijnsgoederen aanvangt, een dagtekening, een ondertekening. Afschriften van de vervoersopdrachten worden door de vergunninghouder van het belastingentrepot bij zijn administratie bewaard. Art. 6 UB Accijns.
Art. 5 UB Accijns jo. art. 2 lid 2 onderdeel a DW.
Invoer van accijnsgoederen is de binnenkomst van die goederen in de Gemeenschap.
De invoer van accijnsgoederen die onder een communautaire douaneregeling worden geplaatst, wordt verlegd naar het tijdstip waarop deze goederen worden onttrokken aan deze regeling.1 Het begrip invoer wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik, tenzij de accijnsgoederen onder de schorsingsregeling wordt geplaatst, hetgeen betekent overbrenging naar een belastingentrepot.2
Bij uitvoer van communautaire accijnsgoederen die zijn geplaatst onder de schorsingsregeling wordt de schorsingsregeling gezuiverd door certificering door het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap. Uitvoer is het brengen van goederen buiten de Gemeenschap. Dit betekent dat het kantoor van uitgang verklaart dat de goederen de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten.3 Dit douanekantoor moet de afzender het voor hem bestemde gecertificeerde exemplaar van het AGD terugsturen.4 Wanneer geen zuivering plaatsvindt, moet de afzender van de goederen de fiscale autoriteit van zijn lidstaat daarvan in kennis stellen binnen een door die autoriteit vast te stellen termijn. Deze termijn mag echter, zoals gezegd, niet langer zijn dan drie maanden na de datum van verzending van de goederen.5
Een communautaire douaneregeling is een communautaire regeling met betrekking tot douanevervoer, entrepots, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling en uitvoer naar een derde land, wederuitvoer daaronder begrepen.6 Als accijnsgoederen die afkomstig zijn uit een derde land zich bij binnenkomst in Nederland al onder één van deze douaneregelingen bevinden of als deze goederen bij binnenkomst in Nederland onder één van deze regelingen worden geplaatst, wordt het brengen van de goederen in Nederland niet aangemerkt als invoer. Op het moment waarop de douaneregeling overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften wordt beëindigd, of op het moment waarop de accijnsgoederen aan de douaneregeling worden onttrokken, vindt het belastbaar feit van de invoer plaats. Bij de economische douaneregeling behandeling onder douanetoezicht moeten goederen alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht voldoen aan bepaalde technische eisen, gesteld ingevolge communautaire of nationale wet- en regelgeving, zoals eisen op het gebied van gezondheid, milieu of veiligheid.7 Beëindiging van een douaneregeling kan plaatsvinden door de goederen onder een andere douaneregeling te plaatsen. In dat geval wordt het beëindigen voor de accijnsheffing evenmin aangemerkt als invoer. Als bijvoorbeeld accijnsgoederen vanuit Noorwegen met toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden vervoerd naar Nederland met als bestemming Zwolle, wordt de buitengrensoverschrijding bij het binnenkomen in Nederland niet aangemerkt als invoer. Bij aankomst in Zwolle wordt de regeling communautair douanevervoer beëindigd. Als de goederen daar ten invoer tot verbruik worden aangegeven vindt het belastbaar feit van de invoer plaats. Als de goederen evenwel onder een andere douaneregeling worden geplaatst, bijvoorbeeld opslag in een entrepot of plaatsing onder de regeling actieve veredeling, dan wordt het beëindigen van de regeling communautair douanevervoer niet als invoer aangemerkt.
Het binnenbrengen van goederen vanuit een derde land op het grondgebied van de Gemeenschap is een terrein dat wordt bestreken door de communautaire douanebepalingen.
Deze bepalingen voorzien in een aantal mogelijkheden om goederen op dat grondgebied binnen te brengen zonder dat dit leidt tot (onmiddellijke) verschuldigdheid van belastingen bij invoer. De goederen worden in dat geval geplaatst onder één van de voorziene communautaire douaneregelingen. Ook is het mogelijk dat goederen in een derde land al worden geplaatst onder een douaneregeling die een groter toepassingsgebied kent dan alleen het grondgebied van de Gemeenschap. Voor deze categorie douaneregelingen zijn de veelal op basis van verdragen vastgestelde bepalingen geïncorporeerd in de communautaire wetgeving, zodat die tevens kunnen worden dienen als communautaire douaneregelingen. Hoewel deze bepalingen zijn opgesteld ter verzekering van de heffing van de douanerechten bij invoer, moeten deze met het oog op de bevordering van de mogelijkheden van de handel, eveneens zo veel mogelijk toepassing vinden voor de niet-communautaire accijnzen. Niet als invoer wordt aangemerkt het8:
1 brengen van een accijnsgoed vanuit een derde land naar een belastingentrepot;
2 brengen van een accijnsgoed vanuit een derde land naar een plaats voor tijdelijke opslag;
3 in Nederland plaatsen onder een communautaire douaneregeling van een vanuit een derde land binnengebracht accijnsgoed;
4 brengen van een accijnsgoed dat is geplaatst onder een communautaire douaneregeling naar een belastingentrepot die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen;
5 brengen van een accijnsgoed vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een belastingentrepot die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen;
6 onder ambtelijk toezicht vernietigen van een accijnsgoed dat onder een communautaire douaneregeling is geplaatst.
Bij de overbrenging van de goederen moeten voorwaarden in acht worden genomen ter verzekering van de heffing van de accijns.9 De accijnsheffing wordt opgeschort in afwachting van het bereiken van de beoogde bestemming onder het naleven van de gestelde voorwaarden.
Het brengen moet bij het aangeven voor het vrije verkeer worden aangetoond met een vervoersopdracht, waarop een verklaring is gesteld van de vergunninghouder van het belastingentrepot waarnaar de accijnsgoederen zullen worden overgebracht dat de accijnsgoederen worden overgebracht naar zijn belastingentrepot en in de administratie van zijn belastingentrepot worden opgenomen. De accijnsgoederen moeten binnen één maand na het tijdstip waarop de vereiste aangifte is gedaan hun bestemming te hebben bereikt. De vervoersopdracht wordt opgemaakt door de vergunninghouder van het belastingentrepot waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, dan wel in diens opdracht10, en moet worden overgelegd bij de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer ten bewijze dat geen accijns ter zake van de invoer verschuldigd is.11
Het brengen dan wel vernietigen onder ambtelijk toezicht van de accijnsgoederen moet geschieden met inachtneming van de formaliteiten die op grond van de DW moeten worden vervuld.12