Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.11:4.6.11 Vervoer veraccijnsde goederen
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.11
4.6.11 Vervoer veraccijnsde goederen
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299302:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het in de Verordening veraccijnsd document bedoelde document. Art. 7 lid 4, lid 5 en lid 7 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 8 en lid 9 Accijnsrichtlijn.
Art. 14 tot en met 20 Accijnsrichtlijn.
Art. 10 bis t/m art. 10 quater Accijnsrichtlijn.
Evaluatieverslag art. 7 t/m 10 en wijzigingsvoorstel Accijnsrichtlijn EC 2004, p. 20. Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 335, p. 20-23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vervoer voor handelsdoeleinden van veraccijnsde goederen van de lidstaat van herkomst naar de lidstaat van bestemming mag alleen plaatsvinden onder dekking van het toezichts- en controledocument voor veraccijnsde goederen: het vereenvoudigde accijnsgeleidedocument (VGD).1 Het VGD begeleidt veraccijnsde goederen in het vrije verkeer welke zijn bestemd voor een afnemer in een andere lidstaat (veraccijnsd vervoer). Veraccijnsd vervoer is vervoer van accijnsgoederen waarvan de accijns al is geheven en voldaan. De verzender van de goederen moet, voorafgaand aan de verzending, aangifte doen bij de fiscale autoriteit van de plaats van vertrek die belast is met het toezicht op het gebied van de accijns. De geadresseerde moet de ontvangst van de goederen bevestigen volgens de voorschriften van de fiscale autoriteit van de plaats van bestemming die belast is met het toezicht op het gebied van de accijns. De verzender en de geadresseerde moeten elke controle toelaten waardoor hun eigen fiscale autoriteit zich kan vergewissen van de daadwerkelijke reguliere ontvangst van de goederen. Worden accijnsgoederen veelvuldig en regelmatig onder deze condities verzonden, dan kunnen de lidstaten daarvoor via bilaterale overeenkomsten een vereenvoudigde procedure toestaan.2
In tegenstelling tot de regeling die geldt voor vervoersbewegingen van onveraccijnsde goederen in het kader van de schorsingsregeling, waarvoor specifieke bepalingen bestaan met betrekking tot de procedure die bij overtredingen en andere onregelmatigheden moet worden gevolgd3, ontbreekt een soortgelijke regeling die voorziet in een procedure die moet worden gevolgd wanneer tekorten of inbreuken worden vastgesteld bij vervoersbewegingen van veraccijnsde goederen. De EC heeft een voorstel gedaan om hierin te voorzien.4 Ditzelfde voorstel voorziet ook in verduidelijking van het onderscheid tussen zakelijk en particulier accijnsgoederenverkeer waartoe voor een aantal onderkende situaties telkens een belastingplichtige wordt aangewezen.5