Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.5
4.6.5 Accijnsgeleidedocument
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299301:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 15 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Overweging 23 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 84 lid 1 onderdeel a CDW. Art. 5 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Art. 16 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Overweging 28 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 23 lid 1bis Accijnsrichtlijn.
Titel III Accijnsrichtlijn. Art. 7 lid 4 en lid 7, art. 18 lid 1 en art. 24 Accijnsrichtlijn.
Het in de Verordening onveraccijnsd document bedoelde document. Art. 7, 18 en 24 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 4 en lid 7, art. 14 lid 4, art. 15 lid 4, lid 5 en lid 6, art. 19, art. 20, art. 21 lid 5 en art. 23 lid 1bis Accijnsrichtlijn.
Art. 15 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 Accijnsrichtlijn.
Art. 15 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 5 Accijnsrichtlijn.
Als alternatief bewijs voor de regelmatige zuivering van het AGD kan een door de douaneautoriteit in de lidstaat van bestemming gewaarmerkt afschrift van het tweede exemplaar van het AGD zijn, het exemplaar voor de geadresseerde. Indien het AGD niet wordt terugontvangen, dient de verzender de douaneautoriteit hiervan binnen drie maanden op de hoogte te brengen. In geval van ontbreken van het derde exemplaar en het gewaarmerkte tweede exemplaar kan de regelmatige zuivering worden aangenomen, wanneer de verzender een handels- of administratief document overlegt, waaruit blijkt dat de goederen de bestemming hebben bereikt. Dit document moet door de douaneautoriteit van de lidstaat van bestemming zijn gewaarmerkt en de identificatie van de goederen bevatten. Indien de verzender er vervolgens niet in slaagt alternatief bewijs te verzamelen om de zuivering aan te tonen, wordt hij de accijns alsnog verschuldigd. De enkele melding van het niet terugontvangen van het terugzendexemplaar leidt niet automatisch tot naspeuringen door de douaneautoriteit. Eerst wanneer de verzender er blijk van heeft gegeven zelf naspeuringsinitiatieven te hebben ontwikkeld zal de douaneautoriteit een signaal afgeven naar de lidstaat van bestemming over de niet-terugontvangst van het derde exemplaar en verzoeken ter zake een onderzoek te doen. Art. 380 UCDW. Het vierde exemplaar is voor de inspecteur. Dit wordt door de vergunninghouder voorzien van de datum en plaats van ontvangst van de accijnsgoederen, de vermelding van eventuele verschillen tussen de ontvangen accijnsgoederen en de gegevens met betrekking tot die accijnsgoederen op het AGD (in geval van overeenstemming moet de vermelding ‘zending conform’ worden aangebracht), de geautoriseerde handtekening van de vergunninghouder.Art. 4 jo. art. 3a lid 3 UB Accijns. Het vijfde exemplaar wordt door de douaneadministratie van de lidstaat van bestemming naar behoren van aantekeningen voorzien teruggezonden aan die van de lidstaat van verzending. Art. 5 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 4 en lid 7 Accijnsrichtlijn. Vgl. art. 1a lid 1 onderdeel p Wa.
Overweging 15, 18 en 20 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 5 lid 3 Accijnsrichtlijn. Vorm en inhoud worden vastgesteld volgens de procedure van art. 24 Accijnsrichtlijn.
Overweging 9 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 7 lid 4 en art. 18 leden 1, 2 en 3 Accijnsrichtlijn.
Verordening (EG) nr. 884/2001 van de Commissie van 24 april 2001 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers, (PbEg 2001, L 128/33).
Vervoer dat aanvangt in een lidstaat en eindigt in een andere lidstaat wordt aangeduid als intracommunautair verkeer. Het intracommunautaire verkeer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns kan, behoudens een viertal uitzonderingen, uitsluitend plaatsvinden binnen het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots.1 Deze vier uitzonderingen betreffen goederen die: (1) zijn geplaatst onder douaneschorsingsregelingen 2, (2) op weg zijn naar een GB of een NGB3, (3) worden uitgevoerd via een of meer andere lidstaten4, en (4) worden geleverd in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen, aan erkende internationale organisaties en aan de strijdkrachten.5
Deze laatste uitzondering hoort ten aanzien van diplomaten en militairen van de lidstaten die binnen de Gemeenschap zijn gestationeerd niet thuis in een interne markt.
Wezenlijk voor het verkeer van accijnsgoederen is6, dat dergelijk vervoer plaatsvindt onder dekking van het geleidedocument, ook wel genoemd het accijnsgeleidedocument (AGD).7 Dit document is een elementair toezichtsinstrument bij de schorsingsregeling.8 Het AGD begeleidt de accijnsgoederen in het zakelijke verkeer van accijnsgoederen binnen het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots zonder ambtelijke tussenkomst naar hun eindbestemming. Het overbrengen vanaf het grondgebied van een lidstaat naar dat van een andere lidstaat mag immers niet leiden tot een controle die het intracommunautaire vrije verkeer kan belemmeren. Dat geldt niet alleen voor vervoer van accijnsgoederen over de weg, maar ook over de binnenwateren, over het spoor, via zee of door de lucht. De vergunninghouder van een belastingentrepot die de goederen verzendt, moet dekking bieden voor de aan het intracommunautaire verkeer verbonden risico’s door het stellen van zekerheid.9 De begeleiding eindigt op het moment waarop de goederen in een ander belastingentrepot worden ontvangen, zulks op titel van het AGD. Het AGD moet door de geadresseerde van de accijnsgoederen met zijn ontvangstverklaring gezuiverd worden. Met de zuivering eindigt ook het vervoer van de goederen.10 De geadresseerde van een zending accijnsgoederen zuivert de schorsingsregeling door het AGD binnen de gestelde termijn en van de voorgeschreven aantekeningen voorzien aan de afzender terug te zenden.
De geadresseerde neemt op deze wijze de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid voor betaling van de accijns van de verzonden goederen over van de entrepothouder van vertrek.11 Als het AGD niet wordt terugontvangen, dient de verzender de douaneautoriteit hiervan binnen drie maanden op de hoogte te brengen.12 Indien de verzender er vervolgens niet in slaagt alternatief bewijs te verzamelen om de zuivering aan te tonen, wordt hij de accijns alsnog verschuldigd.13 Met het oog op het toezicht op het bereiken van de bestemming, moet het AGD metterdaad bij de goederen aanwezig zijn. De aansprakelijkheid van de vergunninghouder strekt zich dus niet alleen uit tot accijnsgoederen die zich in zijn belastingentrepot bevinden, maar ook tot de accijnsgoederen die van daaruit worden vervoerd naar een andere belastingentrepot.
Het AGD is gedefinieerd als het document dat op grond van de Accijnsrichtlijn of de nationale wettelijke bepalingen van een lidstaat bij het vervoer van de accijnsgoederen steeds aanwezig dient te zijn.14 Accijnsgoederen worden, ongeacht het eventuele gebruik van geautomatiseerde procedures, steeds vergezeld van het door de afzender opgestelde AGD of vervoers- of handelsdocument dat dienst doet als document voor douanevervoer, aan de hand waarvan de overgebrachte goederen moeten kunnen worden geïdentificeerd15, en, zo nodig, van een ander document waarin wordt verklaard, dat de accijns in de lidstaat van bestemming is betaald of dat enige andere methode om de invordering van die accijns in die lidstaat te waarborgen, is gevolgd.16
Het vervoer van wijn voor handelsdoeleinden moet conform de voorschriften van het gemeenschappelijk wijnbouwbeleid worden begeleid door het geleidedocument voor wijnbouwproducten.17 Het AGD kan voor de toepassing van deze voorschriften worden gebruikt als het wijnbouwdocument, maar het wijnbouwdocument kan nimmer het AGD vervangen.