Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/8.18:8.18 Pleidooi voor aanpassing van artikel 333h
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/8.18
8.18 Pleidooi voor aanpassing van artikel 333h
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435744:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uittreedregeling van artikel 333h biedt de mogelijkheid aan minderheidsaandeelhouders en certificaathouders als bedoeld in artikel 118a die tegen het fusiebesluit hebben gestemd ter gelegenheid van de fusie uit te treden. Het artikel lijkt daarmee een grote groep uit te sluiten. Als voorbeelden noemde ik in § 5.7 houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen anders dan bedoeld in artikel 118a, aandeelhouders die als gevolg van overgang van stemrecht bij een pandrecht of recht van vruchtgebruik zelf het stemrecht ontberen, aandeelhouders van wie het stemrecht wel maar het vergaderrecht niet ontnomen is op grond van artikel 87a/195a en/of artikel 87b/195b en de houders van stemrechtloze aandelen in de flex-BV. De huidige tekst lijkt als gevolg van een wel beoogde maar niet doorgevoerde wijziging in artikel 118a de in dat artikel bedoelde certificaathouders die het stemrecht niet kunnen uitoefenen omdat het administratiekantoor dat de met de certificaten corresponderende aandelen houdt in 'oorlogstijd' zelf het stemrecht wenst uit te oefenen, uit te sluiten.
Een ruimere toepassing kan worden bereikt door artikel 333h te doen luiden:
`1. Indien de verkrijgende vennootschap een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte is, kan de aandeelhouder en de houder van certificaten die de rechten heeft die door de wet zijn toegekend aan de houders van met medewerking van een vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen van een verdwijnende vennootschap die in de algemene vergadering waarin het besluit tot fusie is genomen heeft aangegeven tegen de fusie te zijn, binnen een maand na de datum van het besluit bij de verdwijnende vennootschap een verzoek indienen tot schadeloosstelling.
2. De schadeloosstelling wordt bij gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, op verzoek van de meest gerede partij, te benoemen door de voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam.
3. De aandelen waarop het verzoek betrekking heeft, vervallen op het moment dat de fusie van kracht wordt. '