Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/8.24:8.24 Voorstel voor wijziging van artikel 333k lid 2
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/8.24
8.24 Voorstel voor wijziging van artikel 333k lid 2
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS433213:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het op de verkrijgende vennootschap toepasselijke medezeggenschapsregime wordt mede bepaald door de in artikel 16 Richtlijn GOF verankerde regeling. Hoofdregel is dat de verkrijgende vennootschap onderworpen is aan de medezeggenschapsregeling van het land van haar statutaire zetel. Deze hoofdregel wordt opzij geschoven indien:
er een fuserende vennootschap is waar in de zes maanden voorafgaande aan de datum van neerlegging van het fusievoorstel 'in de regel' ten minste vijfhonderd werknemers werkzaam zijn en op deze fuserende vennootschap regelingen met betrekking tot medezeggenschap van toepassing zijn; of
het op grond van de hoofdregel van toepassing zijnde regime afbreuk doet aan het wettelijk regime dat geldt bij een van de verdwijnende vennootschappen.
Is er sprake van een van deze twee uitzonderingen dan geldt de regel dat er onderhandeld moet worden met de BOG. Artikel 16 Richtlijn GOF is geïmplementeerd in artikel 333k lid 2. De onder (ii) genoemde situatie wordt in artikel 333k vertaald als 'regelingen met betrekking tot medezeggenschap op een van de fuserende vennootschappen van toepassing zijn en de verkrijgende vennootschap niet voldoet aan de bepalingen van artikel157, 158 tot en met 164 of 158 tot en met 161 en 164 dan wel 267, 268 tot en met 274 of 268 tot en met 271 en 274'. In de wetsgeschiedenis heeft de Minister aangegeven dat het Nederlandse structuurregime altijd het zwaarst weegt en bij de beoordeling of er afbreuk wordt gedaan aan van toepassing zijnde regimes steeds 'wint'. In § 6.4.2.2 en § 6.7 heb ik kritiek geuit op die visie en op de tekst van artikel 333k lid 1. Het in § 6.7 gegeven voorbeeld geeft mijns inziens aan dat de huidige tekst van artikel 333k lid 2 in strijd is met artikel 16 Richtlijn GOF. De wetgever zou moeten aansluiten bij de Richtlijn GOF en in artikel 333k lid 2 dezelfde bewoordingen moeten gebruiken als de Richtlijn GOF in artikel 16 lid 2 gebruikt.