Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.4:9.4 Hoofdelijke 403-aansprakelijkheid: andere opvattingen
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.4
9.4 Hoofdelijke 403-aansprakelijkheid: andere opvattingen
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85593:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals ik aan het slot van paragraaf 9.2.4 heb opgemerkt, heb ik wel begrip voor de kritiek op de uitleg van de Hoge Raad. Veel van de kritische kanttekeningen hangen samen met bezwaren tegen het ontbreken van afhankelijkheid en het niet-subsidiaire karakter van de 403-aanspraak. De in dat kader voorgestelde alternatieven hebben veelal een borgtochtachtig karakter. Enkele hoofdlijnen hiervan komen in paragraaf 9.4.1 ter sprake. Voorts is te denken aan een benadering waarin het karakter van de 403-aansprakelijkstelling – een niet tot een bepaalde partij gerichte eenzijdige rechtshandeling waarmee de 403-aansprakelijke maatschappij aansprakelijkheid aanvaardt voor de uit rechtshandelingen van de 403-rechtspersoon voortvloeiende schulden, ongeacht wie de schuldeiser van die vordering is – een rechtvaardiging vormt voor een enigszins andere benadering dan respectievelijk invulling van de in Boek 6 BW geregelde hoofdelijkheid. Daarop ga ik in paragraaf 9.4.2 in.
9.4.1 Borgtochtachtige opvattingen9.4.2 Hoofdelijkheidsvarianten