Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.5:9.5 Gevolgen en complicaties in verband met uitleg 403-aansprakelijkheid
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.5
9.5 Gevolgen en complicaties in verband met uitleg 403-aansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85546:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gebruikelijke situatie is dat een schuldeiser zich voor voldoening van zijn vordering wendt tot zijn schuldenaar. De voldoening kan geschieden door onder meer betaling, waaronder ook verrekening met een tegenvordering. Wordt de vordering niet voldaan, dan pleegt de schuldenaar wanprestatie. De schuldeiser kan nakoming of ontbinding vorderen al dan niet gepaard gaande met schadevergoeding. In een aantal gevallen zijn er goederenrechtelijke dan wel persoonlijke zekerheden. In dit soort gevallen kan de gestelde zekerheid soelaas bieden. Bij goederenrechtelijke zekerheden is met name te denken aan (derden)pand en (derden)hypotheek, bij persoonlijke zekerheden aan borg, garantie en specifieke hoofdelijkheid. Het kan natuurlijk ook zijn dat zodanig lang wordt gewacht met voldoening dat sprake is van verjaring. De schuldeiser kan dit voorkomen door stuiting. Vindt stuiting niet tijdig plaats dan is de verplichting een rechtens niet afdwingbare verplichting geworden. Ook is het mogelijk dat de schuldeiser en schuldenaar kwijtschelding overeenkomen al dan niet gepaard gaande met een dading. In de situatie dat de schuldenaar failliet gaat, is het voor verhaal vatbare vermogen in de regel geringer dan de omvang van de schuldverplichtingen van de schuldenaar. In dat geval moet dit vermogen worden verdeeld over de schuldverplichtingen, in het normale geval naar evenredigheid met dien verstande dat de rangorde van verhaalsmogelijkheden van belang kan zijn, zoals bevoorrechte vorderingen, preferente vorderingen en – generiek dan wel specifiek – achtergestelde vorderingen.
Al deze omstandigheden veranderen niet als zodanig indien er een 403-verklaring is. Wel is het zo dat de schuldeisers uit hoofde van rechtshandelingen van de 403-rechtspersoon een extra waarborg krijgen doordat zij zich uit hoofde van de 403-verklaring voor voldoening ook kunnen wenden tot de 403-aansprakelijke maatschappij. In de uitleg van de Hoge Raad gaat het zoals al eerder is opgemerkt, om een zelfstandige aanspraak en is er geen verplichting voor de schuldeiser om zich eerst tot de 403-rechtspersoon te wenden. Deze duiding kan anders dan of in mindere mate in de andere opvattingen complicaties met zich brengen die zich in de praktijk kunnen manifesteren indien de schuldeiser nakoming wenst (paragraaf 9.5.1), er in de relatie tussen schuldeiser/403-rechtspersoon/403-aansprakelijke maatschappij sprake is van verpanding (paragraaf 9.5.2), cessie (paragraaf 9.5.3), tenietgaan van een aanspraak (paragraaf 9.5.4), kwijtschelding (paragraaf 9.5.5), verjaring (paragraaf 9.5.6), een voorrecht (paragraaf 9.5.7), achterstelling (paragraaf 9.5.8) of onteigening (paragraaf 9.5.9).
9.5.1 403-aanspraak en vordering 403-rechtspersoon9.5.2 403-aanspraak en verpande vordering 403-rechtspersoon9.5.3 403-aanspraak en gecedeerde vordering 403-rechtspersoon9.5.4 403-aanspraak en tenietgaan vordering 403-rechtspersoon9.5.5 403-aanspraak en kwijtgescholden vordering 403-rechtspersoon9.5.6 403-aanspraak en verjaarde vordering 403-rechtspersoon9.5.7 403-aanspraak en bevoorrechte vordering 403-rechtspersoon9.5.8 403-aanspraak en achtergestelde vordering 403-rechtspersoon9.5.9 403-aanspraak en onteigende vordering 403-rechtspersoon