Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/3.4.3:3.4.3 Rechterlijke controle
Startinformatie in het strafproces 2014/3.4.3
3.4.3 Rechterlijke controle
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De concrete externe controle binnen het strafvorderlijk kader omvat in de tweede plaats controle door de strafrechter. De door een opsporende burger verkregen informatie kan als startinformatie dienen en zelfs voor het bewijs worden gebruikt. Dat is al meermalen verwoord en karakteriseert dit type startinformatie. Nu dat soort informatie aldus onderdeel uitmaakt van het aan de rechter voor te leggen strafdossier, zijn deze gegevens onderhevig aan rechterlijke controle. Deze controle spitst zich toe op de rechtmatigheid van het gebruik van dergelijke gegevens in het strafproces. Het rechtmatigheidsoordeel wordt voor een deel gekoppeld aan de vraag of politie en OM zich met de verkrijging van de gegevens hebben bemoeid. De vraag of dergelijke informatie tot een verdenking van strafwaardig gedrag kan leiden, met andere woorden de wijze waarop de betrouwbaarheid van dit soort informatie moet worden getoetst, speelt in de jurisprudentie slechts een marginale rol. Ten slotte bestaat er een tendens dat strafprocessuele sancties worden verbonden aan het instellen van een strafrechtelijke vervolging en het samenstellen van een procesdossier puur en alleen op basis van informatie die door een opsporende burger is verstrekt. Het gegeven dat politie en OM in sommige gevallen voor een groot deel varen op de informatie van de particuliere opsporing is een bijzonderheid die dit type startinformatie kenmerkt.
Voorts bestaat er rechterlijke controle op de rechtmatigheid van het handelen van opsporende burgers. Deze controle doet zich voor in het geval het OM besluit tot strafrechtelijke vervolging van die burger. Iets soortgelijks doet zich voor in het geval een opsporende burger civielrechtelijk wordt aangesproken op zijn gedrag. Hoewel aldus het gebruik van de door een opsporende burger vergaarde gegevens in het strafproces niet wordt gecontroleerd, wordt hiermee de wijze waarop hij zijn informatie verkrijgt wel getoetst. Opgemerkt moet worden dat deze toetsing dan wel plaatsvindt in een andere rechtszaak (en dus veelal door een andere rechter), dan die waarin de informatie wordt gebruikt als startinformatie.
3.4.3.1 Toetsen van de rechtmatigheid van het gebruik van de informatie3.4.3.2 Gevallen waarin geen inmenging wordt aangenomen3.4.3.3 Gevallen waarin wel een inmenging wordt aangenomen3.4.3.4 Mogelijk strafprocessueel gevolg3.4.3.5 De informatie als basis voor vervolging en strafdossier3.4.3.6 Toetsen van de betrouwbaarheid van de informatie3.4.3.7 Strafrechtelijke vervolging van de opsporende burger