De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.1:4.5.5.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.1
4.5.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949667:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overheid stuurt niet alleen met wetgeving in het onderwijs, maar ook door middel van toezicht. Uit artikel 23, tweede lid, van de Grondwet blijkt dat de overheid toezicht houdt op de naleving van de in de onderwijswetten gestelde deugdelijkheidseisen. Uit de Grondwet vloeit niet voort op welke wijze toezicht gehouden moet worden. Voor wat betreft het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is het toezicht uitgewerkt in de Wet op het onderwijstoezicht (Wot).1 Het toezicht wordt in deze sectoren uitgeoefend door de Inspectie van het onderwijs. De Inspectie heeft primair als taak toezicht te houden op de naleving van de in de onderwijssectorwetten gestelde voorschriften.2 In het hoger onderwijs bewaakt de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) de kwaliteit van het onderwijs.3 De Inspectie is in het hoger onderwijs bevoegd om toezicht te houden op onder meer de financiële rechtmatigheid en de ontwikkelingen in het stelsel.4 Ook kan de Inspectie in het hoger onderwijs toezicht houden naar aanleiding van signalen. In alle onderwijssectoren geldt dat wanneer de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet, een sanctie kan worden opgelegd. Daarbij kan gedacht worden aan het geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten van de bekostiging of het ontnemen van de graad verlenende bevoegdheid.
Het is van belang om in kaart te brengen op welke wijze de overheid de kwaliteit van het onderwijs bewaakt. Uit de onderzoekskaders die de Inspectie hanteert en het accreditatiekader van de NVAO blijkt namelijk mede hoe ver de wettelijke voorschriften reiken. Bijvoorbeeld voor wat betreft de voorschriften die zien op de wijze waarop de leraar onderwijs dient te geven en de wijze waarop examens afgenomen moeten worden. Daarnaast kunnen de onderzoeken van de Inspectie en de NVAO, en de eventueel daaruit voortvloeiende sancties, de wijze waarop het onderwijs wordt vormgegeven en de examens worden afgenomen beïnvloeden. De manier waarop het toezicht wordt ingevuld en uitgeoefend heeft dan ook invloed op de mate van autonomie van het bevoegd gezag en de leraar.
In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het toezicht van de Inspectie in het primair, voortgezet, en middelbaar beroepsonderwijs. Daarbij wordt het controlerend en stimulerend toezicht uiteengezet. Vervolgens wordt nader ingegaan op het toezicht op het pedagogisch-didactisch handelen van de leraar en op het afsluiten van het onderwijs. Nadat het inspectietoezicht is beschreven wordt de rol van de NVAO in het hoger onderwijs beschreven. Daarbij wordt ook stilgestaan bij de positie van de docent en het eindniveau dat de student moet bereiken.