Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.7.1
7.7.1 Omstandigheden
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174125:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Van der Wilt 2011.
Uit onderzoek van Taal (2016, p. 96-97) blijkt dat het gevoel meer werk dan beschikbare tijd te hebben geen invloed heeft op het kennisuitwisselingsgedrag van rechters.
Onderzoek wees uit dat de in een studie betrokken Israëlische strafrechters na een lunchpauze milder oordeelden dan vlak ervoor (Danziger, Levav & Avniam-Pesso 2011). Vóór de pauze waren ze minder snel geneigd zijn verdachten in vrijheid te stellen dan erna. Een hiervoor gepresenteerde verklaring was dat mensen die een moeilijke beslissing moeten nemen in geval van vermoeidheid geneigd zijn terug te vallen op de standaardbeslissing (default), die in de onderhavige zaken gevangenhouding inhield.
Tijdsdruk en het moment van raadkameren kunnen van invloed zijn op het rechterlijk besluitvormingsproces.1 Raadkameroverleggen vóór de zitting gebeurden in hoog tempo, omdat ze vlak voor de zitting plaatsvonden en er gedachten moesten worden uitgewisseld. De overleggen tijdens de schorsingen stonden minder onder druk, wellicht omdat er meestal (tevens) geschorst werd om partijen de kans te geven met elkaar tot overeenstemming te komen en hun overleg meer tijd vergde dan het rechterlijk beraad tijdens een schorsing. In de raadkameroverleggen na de zitting was wel een zekere tijdsdruk voelbaar – er moest binnen afzienbare tijd een beslissing vallen waarop soms ook werd gewezen: ‘We moeten een besluit nemen!’, ‘Het is al zes uur geweest!’ – maar die was niet zodanig dat discussies snel moesten worden beeindigd omdat de tijd opraakte die nog restte voor een beslissing. Tijdsdruk was aanwezig, maar niet overheersend.2
Ook al vonden de raadkameroverleggen in vijf geobserveerde zaken laat in de middag plaats, de rechters en griffiers toonden tijdens de overleggen geen tekenen van vermoeidheid, ergernis, honger of lusteloosheid waardoor zaken minder grondig zouden worden behandeld dan op een eerder moment op de dag of in de week.3