Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/428:428 De getuigenverhoren en -verklaringen
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/428
428 De getuigenverhoren en -verklaringen
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459512:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De door de rechtbank aangewezen rechter-commissaris is bevoegd tot het horen van de getuigen. De rechter-commissaris komt geen discretionaire bevoegdheid toe tot begrenzing van het aantal of de personen van de door hem te horen getuigen en de aan de getuigen te stellen vragen. De rechter-commissaris zal het verhoor van een getuige of het stellen van bepaalde vragen aan een getuige slechts mogen weigeren als de eisen van een goede procesorde dat, in verband met de betrokken belangen, onder de gegeven omstandigheden vergen (par. 5.9).
Het voorlopig getuigenverhoor verloopt in beginsel volgens dezelfde regels als het normale getuigenverhoor. Er zijn twee belangrijke bijzonderheden van het voorlopig getuigenverhoor ten opzichte van het gewone getuigenverhoor. Ten eerste dient de rechter-commissaris zich, voordat hij aan zijn verhoor begint, ervan te vergewissen dat de verzoeker heeft voldaan aan zijn verplichting tot oproeping van de wederpartij. Ten tweede beslist de rechter-commissaris op een beroep op een verschoningsrecht en hoort hij een getuige, die partij in de aanhangige hoofdzaak is of aannemelijk maakt dat hij partij in de hoofdzaak zal zijn, met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoor van een partij-getuige (par. 5.11).
Na het verhoor van de getuigen van de verzoeker, wordt de wederpartij in beginsel van rechtswege toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Na afloop van het (tegen) getuigenverhoor kan op verzoek van partijen of ambtshalve een comparitie van partijen worden gehouden om de verdere afhandeling van de zaak te bespreken en eventueel een, gehele of gedeeltelijke, schikking te treffen (par. 5.12 en 5.13).
Indien alle partijen bij het verhoor aanwezig of vertegenwoordigd zijn geweest, hebben de getuigenverklaringen in een voorlopig getuigenverhoor afgelegd, dezelfde bewijskracht (vrije bewijskracht) als die, welke op de gewone wijze in een aanhangig geding zijn afgelegd. Als niet alle partijen aanwezig of vertegenwoordigd zijn geweest, kan de rechter de verklaringen afgelegd in het voorlopig getuigenverhoor buiten beschouwing laten (par. 5.14).