Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/300
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, art. 2 onder C Opiumwet. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuige (verbalisant), op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd en noodzaak tot horen van getuige onvoldoende is gebleken. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 48 maanden). Toepassing LOVS-oriëntatiepunten. 3. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van bewijsvoering voor bewezenverklaring en wetenschap van verdachte van cocaïne in laadruimte van bestelbus en beschikkingsmacht daarover. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:163
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/03049
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:163, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:41, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
Essentie
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, art. 2 onder C Opiumwet. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuige (verbalisant), op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd en noodzaak tot horen van getuige onvoldoende is gebleken. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 48 maanden). Toepassing LOVS-oriëntatiepunten. 3. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van bewijsvoering voor bewezenverklaring en wetenschap van verdachte van cocaïne in laadruimte van bestelbus en beschikkingsmacht daarover. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03049
Datum 3 februari 2026 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.