Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/303
Veroordeling voor verkopen van cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet) en ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. witwassen van (de uit die cocaïnehandel afkomstige) geldbedragen in woning, winkel en kassa (in totaal € 18.940), art. 420bis lid 1 sub b Sv. Verbeurdverklaring van alle geldbedragen. Bewijsklacht witwassen. Kan uit bewijsvoering volgen dat in kassa aangetroffen geldbedrag (€ 145) uit misdrijf afkomstig is? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:166
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/03690
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:166, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1372, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Essentie
Veroordeling voor verkopen van cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet) en ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. witwassen van (de uit die cocaïnehandel afkomstige) geldbedragen in woning, winkel en kassa (in totaal € 18.940), art. 420bis lid 1 sub b Sv. Verbeurdverklaring van alle geldbedragen. Bewijsklacht witwassen. Kan uit bewijsvoering volgen dat in kassa aangetroffen geldbedrag (€ 145) uit misdrijf afkomstig is? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03690
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.