Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/290
Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Overgangsrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (art. XIIA); instellen rechtsmiddel tegen na 1 januari 2025 gedane uitspraak op vóór 1 januari 2025 ingediend inzageverzoek.
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:201
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/02135
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:201, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:996, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Overgangsrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (art. XIIA); instellen rechtsmiddel tegen na 1 januari 2025 gedane uitspraak op vóór 1 januari 2025 ingediend inzageverzoek.
Samenvatting
Art. XIIA van de op 1 januari 2025 in werking getreden Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (Stb. 2024, 62 en 72) moet in dezelfde zin worden uitgelegd als art. VII lid 1 van de Wet van 6 december 2001 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken. Dit betekent dat indien na 1 januari 2025 een rechtsmiddel is ingesteld, in de daarmee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.