Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/288
Verbintenissenrecht. Dwaling i.v.m. mogelijke komst megastal tegenover gekochte woning. Opheffing nadeel (art. 6:230 BW); voor wijziging overeenkomst relevante omstandigheden; bepaling nadeel. Megastal niet gerealiseerd; nadeel en schade in vorm van te hoge koopprijs.
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:199
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01835
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:199, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:304, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Verbintenissenrecht. Dwaling i.v.m. mogelijke komst megastal tegenover gekochte woning. Opheffing nadeel (art. 6:230 BW); voor wijziging overeenkomst relevante omstandigheden; bepaling nadeel. Megastal niet gerealiseerd; nadeel en schade in vorm van te hoge koopprijs.
Samenvatting
Het middel in het principale beroep klaagt dat feiten en omstandigheden die niet in (causaal) verband te brengen zijn met de overeenkomst, geen rol kunnen en mogen spelen bij de wijziging door de rechter van de gevolgen van een overeenkomst op de voet van art. 6:230 lid 2 BW. Het middel klaagt ook dat bij de wijziging door de rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.