Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/294
Martelcontainerzaak. Art. 140 Sr. Ontvankelijkheid OM in de vervolging na eerdere veroordeling. Geen sprake van ‘hetzelfde feit’ a.b.i. art. 68 Sr.
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:125
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, T.B. Trotman, R. Kuiper, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/00082
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:125, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1052, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Martelcontainerzaak. Ontvankelijkheid OM in de vervolging voor deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in art. 140 Sr, na eerdere veroordeling op grond van art. 140 Sr. Het aanzienlijk verschil in de gedragingen van de verdachte waarop de onderscheiden tenlasteleggingen betrekking hebben, leidt tot de slotsom dat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van art. 68 Sr.
Samenvatting
Martelcontainerzaak (de zaak 26Douglasville). Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het verweer dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.