Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/314
Medeplegen opzettelijke brandstichting in personenauto (art. 157 lid 1 Sr). Bewijsklachten medeplegen en opzet op brandstichting bij medeverdachte. Kan uit bewijsvoering ‘voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte’ worden afgeleid, nu verdachte het vuur heeft aangestoken, terwijl medeverdachte de vluchtauto ging halen? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/304.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:162
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/03538
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:162, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1389, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Essentie
Medeplegen opzettelijke brandstichting in personenauto (art. 157 lid 1 Sr). Bewijsklachten medeplegen en opzet op brandstichting bij medeverdachte. Kan uit bewijsvoering ‘voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte’ worden afgeleid, nu verdachte het vuur heeft aangestoken, terwijl medeverdachte de vluchtauto ging halen? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/304.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03538
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 september 2024, nummer 21-000295-23, in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.