Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.1.3
5.4.1.3 Interne controle en privé beleggingstransacties
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193765:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 9 lid 2 sub b-f, art. 10 lid 2 sub a, art. 11 lid 2 en art. 12 lid 3 Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 1 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43. Vgl. Grundmann-van de Krol (2016) p. 300.
Art. 13 lid 1 sub a Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43. Voor de definitie van een persoonlijke transactie verwijst de Richtlijn door naar de Uitvoeringsrichtlijn van de MiFID (art. 11 Richtlijn 2006/73/EG). Dit artikel definieert een persoonlijke transactie als een handelstransactie in een financieel instrument die wordt verricht door of in naam van een relevante persoon, waarbij aan ten minste een van de volgende criteria wordt voldaan: a) de betrokken relevante persoon handelt buiten het kader van de werkzaamheden die hij of zij in deze hoedanigheid verricht; b) de handelstransactie wordt verricht voor rekening van een van de volgende personen: i) de relevante persoon; ii) een persoon met wie hij of zij familiebanden of andere nauwe banden heeft; iii) een persoon wiens relatie met de relevante persoon van dien aard is dat de relevante persoon een direct of indirect wezenlijk belang heeft bij het resultaat van de handelstransactie, afgezien van een vergoeding of provisie voor de uitvoering van de handelstransactie.
In de Icbe-Richtlijn wordt aangegeven dat dit Richtlijn 2003/6/EG is. Deze is inmiddels echter vervangen door Richtlijn 2014/57/EU.
De UitvoeringsVerordening van de AIFM-Richtlijn (art. 63 AIFM-Verordening) kent een soortgelijke bepaling. In deze bepaling wordt dit artikel specifiek aangeduid. Deze bepaling is vervangen door art. 3 van Richtlijn 2014/57/EU.
Art. 13 lid 1 sub b Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 1 sub c Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 1 aanhef Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 2 sub b Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 2 sub c Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 2 sub a Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 13 lid 2 sub a Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43. Specifiek gaat het om icbe’s en instellingen voor collectieve belegging die onder toezicht staan in een lidstaat waarvan de wetgeving een gelijkwaardige risicospreiding in hun activa voorschrijft. De relevante persoon of een andere persoon voor wiens rekening de transactie wordt verricht, mag niet bij de leiding van de instelling in kwestie betrokken zijn.
Interne controle dient onder andere plaats te vinden door de hoogste leiding en door de compliance-, risicobeheer- en internecontrole functie.1 De vereisten hieromtrent worden besproken in de betreffende paragrafen. Er is een specifieke controleverplichting opgenomen ten aanzien van privébeleggingstransacties.2
Medewerkers van beheerders kunnen in het kader van hun werkzaamheden voorwetenschap of andere vertrouwelijke informatie verwerven over orders of transacties van de icbe’s. Het is uiteraard niet de bedoeling dat medewerkers misbruik maken van deze informatie, dat kan immers het vertrouwen in de financiële markten schaden. Daarom zijn de volgende regels opgesteld:
Persoonlijke transacties van medewerkers moeten aan een aantal voorwaarden voldoen:3
De transactie mag niet als persoonlijke transactie zijn aan te merken in de zin van de Richtlijn marktmisbruik.4 Waarschijnlijk wordt hier specifiek gedoeld op transacties die onder artikel 2 lid 1 van deze Richtlijn vallen.5 In dit artikel wordt gesteld dat het verboden is om gebruik te maken van voorwetenschap die onder andere verkregen is vanwege het feit dat een medewerker toegang heeft tot informatie vanwege de uitoefening van werk, beroep of functie.
Een transactie mag niet gepaard gaan met misbruik of ongeoorloofde bekendmaking van vertrouwelijke informatie. Dit is informatie die niet kwalificeert als voorwetenschap. Hiermee gaat de verplichting verder dan wat vereist is vanuit de Richtlijn marktmisbruik.
Tot slot mag een transactie ook niet in strijd zijn met andere verplichtingen die op de beheerder rusten uit hoofde van de Icbe-Richtlijn of MiFID II.
Een medewerker mag, buiten het normale kader van zijn of haar dienstverband, een ander niet aansporen of adviseren om een transactie aan te gaan die de medewerker op grond van de Richtlijn zelf ook niet mag verrichten.6
Tot slot mag een medewerker ook geen informatie verstrekken of advies geven als hij redelijkerwijze zou moeten weten dat een ander deze informatie zou kunnen gebruiken om een transactie aan te gaan die op grond van de Richtlijn verboden is of weer een ander adviseert of aanspoort dit te doen.7
Beheerders dienen adequate regelingen te implementeren om te voorkomen dat medewerkers voornoemde activiteiten verrichten.8 In het bijzonder moeten beheerders ervoor zorgen dat ze onmiddellijk in kennis worden gesteld van alle persoonlijke transacties van relevante medewerkers.9 Dit kan door een melding van de betrokkenen van een transactie maar ook op andere wijze, bijvoorbeeld door toegang te krijgen tot iemands beleggingsrekening. Dit proces mag worden uitbesteed aan een derde mits de beheerder op verzoek onmiddellijk toegang heeft tot de persoonlijke transacties. De gegevens over de persoonlijke transacties moeten worden bijgehouden.10 Tot slot moeten alle relevante medewerkers op de hoogte zijn van deze regels.11
Transacties die verricht worden in het kader van discretionair vermogensbeheer, waarbij er geen communicatie vooraf heeft plaatsgevonden tussen de vermogensbeheerder en de relevante persoon over de transactie zijn uitgezonderd van deze regels, evenals transacties in icbe’s en sommige abi’s12.