De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.6:1.6 Inhoudsoverzicht
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.6
1.6 Inhoudsoverzicht
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174218:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het boek is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 bevat een beknopte geschiedenis van collegiale en alleenrechtspraak in Nederland. Ook het beleid van overheid en rechterlijke macht inzake meervoudige en enkelvoudige rechtspraak vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw wordt erin besproken.
Hoofdstuk 3 biedt inzicht in theorieën over besluit- en oordeelsvorming door groepen en individuen. Het gaat onder meer in op de vraag hoe mensen tot beslissingen komen, in groepen of individueel, en welke valkuilen zich daarbij kunnen voordoen. Uitvoerige aandacht gaat ook uit naar inzichten in rechterlijke oordeelsvorming. Ten slotte wordt besproken welke inzichten empirisch onderzoek naar meervoudige en enkelvoudige rechtspraak en besluitvorming heeft opgeleverd.
Hoofdstuk 4 bevat een overzicht van regelgeving over collegiale en alleenrechtspraak. Besproken worden onder meer wie bevoegdheid tot rechtspraak toekomt, wat de wet verstaat onder meervoudige en enkelvoudige kamers, in welke mate gerechten, rechters en partijen vrij zijn te kiezen voor behandeling door een of meer rechters, wat tot het domein behoort van diverse unusrechters en meervoudige kamers, hoe behandeling, besluitvorming en uitspraak zijn gereguleerd, hoe rechtsmacht is verdeeld, wat de gevolgen zijn van gebreken in de samenstelling van een kamer en hoe de onafhankelijke toedeling van zaken aan meervoudige en enkelvoudige kamers is gewaarborgd.
Een gerechtelijke procedure beloopt de periode van het moment van binnenkomst van een zaak in een gerecht tot en met de uitspraak. Hierbinnen worden drie fasen onderscheiden: de toedeling van een zaak aan een of meer rechters, de rechtszitting en het besluit- en oordeelsproces. Deze worden in de hoofdstukken 5, 6 respectievelijk 7 besproken. In hoofdstuk 5 wordt de toedeling van zaken aan een meervoudige dan wel enkelvoudige kamer in de diverse rechtsgebieden uiteengezet. Een casestudy moet verhelderen hoe de toewijzing van civiele zaken binnen een rechtbank en een hof precies verloopt. Verder is een overzicht opgenomen van criteria voor zaakstoedeling aan een enkelvoudige dan wel meervoudige kamer, en in welke mate rechters die criteria noemen als van belang voor de toewijzing aan een of meer rechters. Ten slotte wordt besproken hoe verwijzing van de ene naar de andere kamer in zijn werk gaat en wat er gebeurt bij toewijzing aan een minder geschikte kamer.
Observatieonderzoek naar civiele zittingen en raadkamers maakt beschrijving en analyse van het rechterlijk besluitvormingsproces mogelijk. Hoofdstuk 6 bevat daartoe een beschouwing van het verloop van meervoudige civiele zittingen. Eerst wordt het toegenomen belang van de zitting en de veranderde rol van de rechter in het burgerlijk proces besproken. Vervolgens wordt een nauwgezet beeld gegeven van de handelwijzen en manieren van communiceren van rechters, procespartijen en raadslieden ter zitting. De resultaten hiervan worden vergeleken met de bevindingen in enkelvoudige zittingen, waarover in de literatuur is gepubliceerd.
Hoofdstuk 7 gaat over het raadkamerproces en de besluitvorming in civiele zaken. Het hoofdstuk bevat een uitvoerige uiteenzetting van het raadkamerproces voorafgaand aan, tijdens een schorsing van en na afloop van de zitting, die vervolgens nader wordt geanalyseerd. Ook besproken worden de individuele bijdragen van rechters en griffiers in het raadkameroverleg alsook de invloed van tijdsdruk en het moment van overleggen op het raadkameren.
Hoofdstuk 8 is gewijd aan het meelezen van enkelvoudige conceptvonnissen, een in rechtbankafdelingen veel voorkomende praktijk. Besproken wordt onder andere wat het verschijnsel precies inhoudt, wie bij wie meeleest, hoe vaak het voorkomt en of het overeenkomstig de normen gebeurt.
Hoofdstuk 9 biedt een overzicht van de percentages meervoudige afdoening per rechtbank, hof en rechtsgebied over de afgelopen tien jaar, zodat daarin ontwikkelingen zijn waar te nemen. Deze inventarisatie wordt vergeleken met de normen voor meervoudige en enkelvoudige behandeling. Ook appelpercentages van in eerste aanleg meervoudig en enkelvoudig gewezen uitspraken worden weergegeven, in zoverre beschikbaar. Tevens aan bod komen de financiering van meervoudige en enkelvoudige zaken en de gevolgen daarvan voor de toedeling van zaken.
In hoofdstuk 10 wordt besproken hoe rechters meervoudige en enkelvoudige rechtspraak waarderen. In dit onderzoek is hen gevraagd naar opvattingen en ervaringen, waarvan de neerslag in dit hoofdstuk te vinden is. Ook wordt uiteengezet wat in de perceptie van rechters de effecten van meervoudige behandeling en meelezen zijn op de kwaliteit van rechtspraak; wat meervoudige en enkelvoudige rechtspraak betekenen voor hun arbeidsvreugde; hoe rechters de toedeling van zaken aan een meervoudige of enkelvoudige kamer in hun afdeling waarderen; en hoe zij denken over verruiming van de bevoegdheid van enkelvoudige kamers.
Hoofdstukken 11 geeft inzicht in verschillen en overeenkomsten tussen meervoudige en enkelvoudige jurisprudentie. Om deze vast te stellen zijn vonnissen en arresten van dertig civiele zaken onderzocht. Vijftien zaken gaan over aansprakelijkheid voor schade van asbestslachtoffers en evenzoveel zaken betreffen bestuurdersaansprakelijkheid.
Hoofdstuk 12 tot slot bevat een samenvatting en conclusies, die leiden tot een antwoord op de centrale vraag naar de verschillen en overeenkomsten tussen meervoudige en enkelvoudige rechtspraak en de meerwaarde van meervoud.