De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.5:1.5 Methoden en verantwoording
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.5
1.5 Methoden en verantwoording
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174168:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Baas, De Groot-van Leeuwen & Laemers 2010.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In onderzoek naar meervoudige en enkelvoudige rechtspraak kunnen sommige vragen alleen adequaat worden beantwoord door meerdere methoden toe te passen. Zo wordt het thema rechterlijke oordeelsvorming het beste begrepen door rechters niet alleen te bevragen over hun denk- en handelwijzen, maar hen ook in actie te zien tijdens de zitting en in de raadkamer. Het gebruik van meerdere methoden ligt tevens voor de hand wanneer moeilijk meetbare grootheden zoals meerwaarde worden onderzocht. Mogelijke tekortkomingen kunnen dan door triangulatie, combinatie van verschillende kwalitatieve en kwantitatieve dataverzamelingsmethoden, worden ondervangen. In dit onderzoek gaat het om literatuurstudie, interviews, enquête, observatie, inventarisatie van cijfergegevens en paarsgewijze inhoudelijke vergelijking van jurisprudentie.
Voor het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse meervoudige en enkelvoudige rechtspraak en naar de actuele financiering daarvan is studie verricht in literatuur, parlementaire stukken, rapporten en beleidsdocumenten. Het jaar 1811, toen de grondvorm van de huidige rechterlijke organisatie tot stand kwam, geldt bij het historisch onderzoek als aanvangspunt. Literatuurstudie is ook verricht om inzicht te krijgen in theoretische noties over besluit- en oordeelsvorming door groepen en individuen, in het bijzonder door meervoudige en enkelvoudige kamers. Dit heeft een reeks vooronderstellingen over collegiale en alleenrechtspraak opgeleverd, waarvan in deze studie wordt onderzocht of ze kunnen worden bevestigd of moeten worden verworpen. Verder zijn jaardocumenten en rapporten doorgenomen om kwantitatieve ontwikkelingen in meervoudige en enkelvoudige zaaksbehandeling in kaart te kunnen brengen. Hiertoe heeft de Raad voor de rechtspraak op verzoek gegevens verstrekt.
Hoe de toedeling van zaken in gerechten precies in haar werk gaat, is onderzocht door middel van een enquête, die gehouden is onder leidinggevende rechters in de gerechten in Nederland, en interviews met raadsheren en rechters. Aan hen is tevens gevraagd hoe zij meervoudige en enkelvoudige rechtspraak en meelezen ervaren en waarderen. Enquêtes zijn gericht verstuurd naar alle voorzitters van de eenheden handel, familie, straf en bestuur (dan wel belasting) van de rechtbanken en gerechtshoven. Ook aan de sectievoorzitters van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Cbb) is een enquête gestuurd. Zie bijlage A voor een toelichting op de enquête en interviews. De enquête en een deel van de interviews zijn gehouden in het kader van onderzoek waartoe de Raad voor de rechtspraak opdracht heeft gegeven en dat resulteerde in Research Memorandum 2010/5.1 Gegevens uit dat onderzoek zijn ook in deze studie gebruikt. Aan het begin van elk hoofdstuk van dit boek is weergegeven als een deel ervan ook in het Research Memorandum is gepubliceerd.
Alle deelnemers aan het raadkameroverleg zijn verplicht tot geheimhouding. Dat geldt in beginsel ook voor mij als onderzoeker. Wat wel naar buiten kan en zal komen, zijn mijn bevindingen over de handelwijzen van rechters en griffier tijdens de overleggen. Namen van rechters, griffiers, partijen en raadslieden worden niet vermeld. Evenmin is te traceren om welke zaken het gaat en waar deze zijn behandeld. Het verslag en de analyse van de observaties geven inzicht in de wijze waarop de besluit- en oordeelsvorming in meervoudige civiele kamers is verlopen. Voorafgaand en na afloop van zittingen en raadkamers zijn talloze gesprekken met rechters gevoerd, niet alleen over de zaak die op de rol stond, maar ook over rechterlijke oordeelsvorming en hun waardering van en ervaringen met meervoudige en enkelvoudige rechtspraak.
De laatste gehanteerde onderzoeksmethode is jurisprudentieanalyse. Die houdt in dat verschillen, overeenkomsten en bijzonderheden tussen meervoudige en enkelvoudige uitspraken wordt onderzocht door paarsgewijze vergelijking van gelijksoortige civiele uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven. Het gaat dus om zaken die onderling zeer sterke gelijkenis vertonen. In totaal zijn 30 van dergelijke zaken bestudeerd. Elk van deze omvat een vonnis van de rechtbank en een arrest van het hof. In enkele gevallen heeft ook de Hoge Raad arrest gewezen, dat dan ook in het onderzoek is betrokken. De vonnissen zijn vooral afkomstig van de rechtbanken te Almelo, Arnhem, Utrecht, Zutphen en Zwolle/Lelystad. Van alle gerechtshoven zijn arresten bestudeerd. De meeste daarvan zijn gewezen door het Hof Arnhem-Leeuwarden (locatie Arnhem).
De analyse is op twee manieren uitgevoerd. Ten eerste door vergelijking van een arrest van het hof met het vonnis van de rechtbank. Op deze manier komt eventuele verticale dissensus aan het licht tussen de rechter in eerste aanleg en de appelrechter. Ten tweede door een meervoudig gewezen vonnis te beoordelen en te vergelijken met een enkelvoudig gewezen vonnis; het gaat hierbij om verschillende zaken die evenwel feitelijk en juridisch sterke gelijkenis vertonen. Ten behoeve van het bestuderen van uitspraken is een analysemodel ontworpen, waarin onder andere de vaststelling van feiten, rechterlijke denkwijzen, beoordeling en vormaspecten worden vergeleken, zoals zichtbaar in de uitspraken in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie. De aanpak van dit jurisprudentieonderzoek vereist een gedetailleerde toelichting, die wordt gegeven in hoofdstuk 11.