De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.4:1.4 Probleemstelling en onderzoeksvragen
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/1.4
1.4 Probleemstelling en onderzoeksvragen
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174120:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het thema meervoudige en enkelvoudige rechtspraak heeft zoveel facetten dat afbakening van onderzoek daarnaar noodzakelijk is. Zo kan het onderzoek zich richten op een bepaald rechtsgebied, een fase in de gerechtelijke procedure (bijvoorbeeld de fase voorafgaand aan de zitting, de zitting of het besluitvormingsproces), een rechtseconomische benadering van collegiale en unus-rechtspraak of op de betekenis van deze wijzen van behandeling in de ogen van betrokkenen, zoals rechters, advocaten en rechtzoekenden.
Dit onderzoek concentreert zich op inhoudelijke en organisatorische verschillen tussen meervoudige en enkelvoudige rechtspraak in Nederland die waarneembaar zijn in civiele zittingen, raadkamers en jurisprudentie. Het doel is aldus verschillen in de praktijken en uitkomsten van meervoudig en enkelvoudig gevoerde civiele procedures te beschrijven en analyseren. Dit resulteert in de volgende centrale vraag:
Welke verschillen en overeenkomsten zijn er tussen meervoudige en enkelvoudige rechtspraak, in het bijzonder in civiele zaken, en in het verlengde daarvan, welke meerwaarde heeft meervoudige rechtspraak?
Hieruit vloeien de volgende onderzoeksvragen voort:
Welke ontwikkeling hebben meervoudige en enkelvoudige rechtspraak sinds begin negentiende eeuw doorgemaakt? Welk beleid inzake meervoudige en enkelvoudige rechtspraak hebben overheid en rechterlijke macht sinds die tijd gevoerd?
Welke inzichten bieden theorieën in besluit- en oordeelsvorming door groepen en individuen? Welke inzichten heeft ander empirisch onderzoek naar meervoudige en enkelvoudige rechtspraak en rechterlijke oordeelsvorming opgeleverd?
Hoe is meervoudige en enkelvoudige rechtspraak, inclusief de toedeling van zaken aan meervoudige en enkelvoudige kamers, geregeld en georganiseerd?
Hoe worden zaken in de diverse rechtsgebieden toegewezen aan een meervoudige of enkelvoudige kamer en welke criteria worden daarvoor gehanteerd? Welke vormen van meervoudige en enkelvoudige rechtspraak zijn er?
Wat wordt onder meelezen van enkelvoudige uitspraken verstaan, welk doel dient het, welke normen zijn ervoor vastgesteld, wie doet het, bij wie wordt het gedaan en hoe vaak gebeurt het?
Hoe verlopen meervoudige zittingen in civiele zaken in de Rechtbank Gelderland (locaties Arnhem en Zutphen) en de Rechtbank Oost-Brabant (locatie ’s-Hertogenbosch)? Welke verschillen en overeenkomsten zijn er tussen meervoudige en enkelvoudige zittingen in civiele zaken?
Hoe verlopen de rechterlijke besluit- en oordeelsvorming in de behandeling van civiele zaken in de Rechtbank Gelderland (locaties Arnhem en Zutphen) en de Rechtbank Oost-Brabant (locatie ’s-Hertogenbosch)? Welke verschillen en overeenkomsten zijn er tussen meervoudige en enkelvoudige besluit- en oordeelsvormingsprocessen in civiele zaken?
In welke mate worden zaken, onderscheiden naar rechtsgebied en gerecht, meervoudig dan wel enkelvoudig behandeld? Welke normen zijn ervoor vastgesteld? Welke ontwikkelingen zijn hierin waar te nemen?
Hoe worden meervoudige en enkelvoudige zaken gefinancierd, heeft dit gevolgen voor de toedeling van zaken en zo ja, welke?
Hoe waarderen rechters meervoudige en enkelvoudige rechtspraak op grond van hun ervaringen?
Welke verschillen en overeenkomsten zijn er tussen meervoudige en enkelvoudige vonnissen en tussen vonnissen en arresten in vergelijkbare civiele zaken?