Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.4
7.4 Het ‘andere afloop’-criterium en het recht op (inzage in) de stukken
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362954:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 25 oktober 2011, zaak C-110/10 P, (Solvay), punt 50 e.v.; HvJ 15 oktober 2002, zaak C-238/99 P, (Limburgse Vinyl Maatschappij), punt 317.
HvJ 15 oktober 2002, zaak C-238/99 P, (Limburgse Vinyl Maatschappij), punt 318.
HvJ 25 oktober 2011, zaak C-110/10 P, (Solvay), punt 51; HvJ 7 januari 2004, zaak C-204/00 P, (Aalborg Portland), punt 103 en de aldaar aangehaalde rechtspraak; GvEA 13 januari 2004, zaak T-67/01, (JCB), punt 64.
HvJ 7 januari 2004, zaak C-204/00 P, (Aalborg Portland), punten 71 tot en met 73.
HvJ 7 januari 2004, zaak C-204/00 P, (Aalborg Portland), punten 126.
R.B.H. Beune in zijn noot bij het arrest van het HvJ 4 juni 2020, zaak C-430/19, (SC C.F.), NTFR 2020/2025: Beune gaat er vanuit dat wanneer een bestuursorgaan slechts ten dele informatie verstrekt een besluit moet worden vernietigd.; Mezouar en Gomes Vale Viga 2021, onder 3.1.1: Mezouar en Gomes Vale Viga merken op dat direct het besluit vernietigen te kort door de bocht is en onder andere moet worden bezien of wordt voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium.
HvJ 7 januari 2004, zaak C-204/00 P, (Aalborg Portland), punt 75; Zie ook: HvJ 8 juli 1999, zaak C-51/92 P, (Hercules Chemicals), punt 81; Zie ook: HvJ 15 oktober 2002, zaak C-238/99 P, (Limburgse Vinyl Maatschappij), punt 318.
HvJ 25 oktober 2011, zaak C-110/10 P, (Solvay), punt 52; HvJ 2 oktober 2003, zaak C-199/99 P, (Corus UK), punt 128; HvJ 15 oktober 2002, zaak C-238/99 P, (Limburgse Vinyl Maatschappij), punt 318; HvJ 7 januari 2004, zaak C-204/00 P, (Aalborg Portland), punt 131.
Zie bijvoorbeeld: HR 2 oktober 2020, nr. 18/03521, V-N 2020/50.11.
Ook schending van één van de onderdelen van het kenbaarmakingsbeginsel kan leiden tot vernietiging van een bezwarend besluit als voldaan wordt aan het ‘andere afloop’-criterium. Een vernietiging van het bezwarende besluit behoeft echter niet altijd het resultaat te zijn.1 Voor schending van het recht op (inzage in) de stukken vult het Hof van Justitie het ‘andere afloop’-criterium op een specifieke wijze in. Het neemt als uitgangspunt dat schending van het recht op (inzage in) de stukken voordat het bestuursorgaan het bezwarende besluit neemt, niet reeds wordt gedekt door het enkele feit dat de belanghebbende tijdens de gerechtelijke procedure toegang heeft gekregen tot de stukken.2 De verlate kennisneming van bepaalde stukken brengt de belanghebbende niet terug in de positie waarin belanghebbende zou zijn geweest, indien hij zich vóór de indiening van zijn standpunt op die stukken had kunnen baseren.3 Het Hof van Justitie maakt bij de invulling van het ‘andere afloop’-criterium ten aanzien van het recht op (inzage in) de stukken onderscheid tussen het geen toegang verschaffen tot belastende stukken en het geen toegang verschaffen tot ontlastende stukken. Deze twee situaties bespreek ik hierna.
Belastende stukken
Bij de gevolgen van het niet gerechtvaardigd beperken van het recht op (inzage in) de stukken, door het niet tijdig verstrekken van belastende stukken, heeft het Hof van Justitie in de zaak Aalborg Portland stilgestaan.4 Het heeft in deze zaak als volgt geoordeeld:
“71 Dat een document niet is meegedeeld, levert slechts een schending van de rechten van de verdediging op wanneer de betrokken onderneming aantoont dat de Commissie dat document heeft gebruikt om haar punt van bezwaar betreffende het bestaan van een inbreuk te staven (…) en dit punt van bezwaar alleen met dat document kan worden bewezen (…).
72 Zo er andere schriftelijke bewijzen zijn waarvan partijen tijdens de administratieve procedure kennis hadden en die specifiek de conclusies van de Commissie staven, kan de omstandigheid dat een niet-meegedeeld belastend stuk als bewijsmiddel wordt uitgesloten, niet afdoen aan de juistheid van de in de bestreden beschikking in aanmerking genomen punten van bezwaar (…).
73 De betrokken onderneming dient dus aan te tonen dat de Commissie in haar beschikking tot een ander resultaat zou zijn gekomen indien een niet-meegedeeld document op grond waarvan de Commissie deze onderneming heeft beschuldigd, als belastend bewijsmiddel zou zijn uitgesloten.”
Uit dit arrest is af te leiden dat het ‘andere afloop’-criterium voor belastende stukken zo wordt ingevuld, dat eerst de niet tijdig verstrekte belastende stukken dienen te worden weggedacht en dat de belanghebbende aannemelijk moet maken dat onder die omstandigheden de zaak een andere afloop zou kunnen hebben gehad als alle stukken er zouden zijn geweest. Als zeer belangrijke belastende stukken zijn achtergehouden, zal aan het ‘andere afloop’-criterium worden voldaan. Als echter deze zeer belangrijke informatie al in andere stukken was vermeld, die de belanghebbende wel ter beschikking stonden, dan wordt niet voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium. De belanghebbende kende de belastende informatie en kon zich daartegen verweren. Een beroep van de belanghebbende op niet-mededeling van niet-relevante stukken kan gelet op de toets van het Hof van Justitie niet tot nietigheid van het bezwarende besluit leiden.5 Of bij het slechts ten dele informatie verstrekken het bezwarende besluit moet worden vernietigd, is dus afhankelijk van de aard van de niet-verstrekte informatie.6
Ontlastende stukken
In dezelfde zaak Aalborg Portland heeft het Hof van Justitie ook aangegeven wat er moet gebeuren als het niet (tijdig) ‘meegedeelde’ bewijs, ontlastende stukken betreft.7 Wanneer de toegang tot het dossier, en meer bepaald tot de ontlastende documenten, in het stadium van de gerechtelijke procedure wordt gegeven, behoeft de belanghebbende niet te bewijzen dat, als hij toegang tot de niet-overgelegde documenten had gehad, de beschikking anders zou hebben geluid, maar enkel dat hij die stukken voor het verweer had kunnen gebruiken.8 Het Hof van Justitie straft het niet overleggen van ontlastende stukken sneller af dan het niet overleggen van belastende stukken.
Het verdient aandacht dat de jurisprudentie ten aanzien van de schending van het recht van (inzage in) de stukken allemaal zaken zijn die zien op het handelen van de Commissie en dat het geen nationale geschillen betreffen. De vraag die dan opkomt is of deze jurisprudentie doorwerkt naar nationale procedures. Mijns inziens is dat wel het geval. Ten aanzien van de invulling van de gevolgen van een schending van het kenbaarmakingsbeginsel zijn geen verschillen zichtbaar tussen de invulling die het Hof van Justitie geeft bij zaken betreffende de instellingen, organen en instanties van de Unie en bij nationale geschillen. Ik merk op dat Nederlandse rechters het in deze paragraaf besproken kader niet toepassen.9
Een schending van het recht op (inzage in) de stukken geeft mijns inziens de volgende mogelijkheden voor het ‘andere afloop’-criterium:
Figuur 20