De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3.5:3.5 De paritas creditorum
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3.5
3.5 De paritas creditorum
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686207:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Fictief, zij het dat inspiratie is ontleend aan het proces-verbaal van de Rb. Oost-Brabant 22 augustus 2016, JOR 2017/15.
Vgl. HR 17 januari 2014, NJ 2014/61 (Unitco) onder 3.3.2: “De paritas creditorum ziet immers slechts op de gelijke behandeling waarop schuldeisers aanspraak hebben bij de voldoening van hun vorderingen uit (de opbrengst van) de goederen van de schuldenaar (art. 3:277 BW).”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is van belang om onderscheid te maken tussen gelijke behandeling enerzijds en verdelingshandelingen anderzijds. De gelijke behandeling van een partij staat in beginsel los van de wijze waarop de opbrengst wordt verdeeld. Met een fictief1 voorbeeld kan dat worden verduidelijkt. Stel een curator heeft op verzoek van en namens een (eerste) pandhouder verpande vorderingen geïnd op de boedelrekening. Deze pandhouder kan volledig worden betaald uit de opbrengst waarna een surplus resteert. Vervolgens ontstaat een geschil tussen de curator en een tweede pandhouder over de verdeling van dit overschot. Op de voet van artikel 445 Rv wordt de boedelrekening door partijen aangewezen als de plaats van bewaring van het overschot. Partijen verzoeken de rechtbank een RC te benoemen teneinde te komen tot een rangregeling. De RC zorgt ervoor dat beide partijen in het kader van deze procedure gelijk worden behandeld. Iedere partij wordt door de rechtbank voorzien van gelijke informatie. In het kader van de zitting krijgt iedere partij evenveel spreektijd. De rechtbank ziet er voorts op toe dat iedere partij een gelijk aantal processtukken indient. Uiteindelijk wordt beslist dat de executieopbrengst volledig toekomt aan de tweede pandhouder. Dat partijen gelijk zijn behandeld staat derhalve geheel los van de beslissing om de opbrengst toe te delen aan de tweede pandhouder.
In hoofdstuk 2 is vastgesteld dat de paritas creditorum een verdelingsregel is. In hoofdstuk 2 is ook vastgesteld dat in het kader van een individuele executieprocedure de paritas creditorum pas aan de orde komt bij de rangregeling, d.w.z. in het kader van een formele uitdelingsprocedure. Zo geldt ook tijdens faillissement dat de paritas creditorum pas in beeld komt indien er uitdelingen plaatsvinden aan schuldeisers.2 Die uitdelingen vinden plaats in het kader van de verdelingsfase. Op de precieze rol van de paritas creditorum in de verdelingsfase en op de verhouding tussen de paritas creditorum en het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers wordt ingegaan in hoofdstuk 5.
Naast voldoening aan een schuldeiser in het kader van de verificatie en uitdeling, kan in een faillissement bij uitzondering ook voldoening plaatsvinden aan een schuldeiser buiten de kaders van de verificatieprocedure om. In dit hoofdstuk is ingegaan op de regels die alsdan gelden. Denk bijvoorbeeld aan de betaling van een dwangcrediteur. Voor de paritas creditorum is in een dergelijke situatie geen taak weggelegd. Er zijn andere regels die alsdan het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers bewaken.
Nu er overigens geen situaties aan de orde kunnen zijn waarin voldoening van een schuldeiser in het kader van een faillissement plaatsvindt, is de conclusie dat de paritas creditorum ex artikel 3:277 BW in de beheerfase geen rol vervult.