Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.2.2
8.2.2 De BPM
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362992:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:393, BNB 2019/92, m.nt. A.J. van Suilen; een zoekopdracht op 13 juli 2021 met de zoektermen ‘bpm’en ‘verdedigingsbeginsel’ binnen de categorie Nederlandse rechtspraak in Taks intelligence levert 190 hits op.
HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:63, BNB 2020/45, m.nt. B.A. van Brummelen, r.o. 2.3.1.
HvJ 22 mei 2008, zaak C-42/08 (Ilhan).
HR 11 oktober 2019, 18/04973, V-N 2019/49.22.
Veelvuldig wordt over de BPM geprocedeerd. Daarbij wordt de schending van het kenbaarmakingsbeginsel vaak als grond aangevoerd.1 De exacte reikwijdte van het Unierecht op voorgenomen besluiten inzake de BPM is niet duidelijk. Het Unierecht wordt in ieder geval ten uitvoer gebracht bij parallelimport van gebruikte auto’s in de BPM. Veelvuldig komt in die zaken de vraag op of de heffing van BPM bij import van gebruikte auto’s in overeenstemming is met artikel 110 VWEU indien de heffing niet leidt tot een hoger bedrag aan BPM dan het bedrag aan BPM dat wordt geacht te rusten op gebruikte, in het binnenland geregistreerde motorvoertuigen.2 In de zaak Ilhan oordeelde het Hof van Justitie met betrekking tot de heffing van BPM in geval van tijdelijk gebruik in een andere lidstaat van een gehuurde auto dat Nederland niet de volle BPM mag heffen, maar rekening moet houden met de duur van de huurovereenkomst of het gebruik van de weg in Nederland met dat voertuig.3 Daarnaast staat bijvoorbeeld ter discussie of heffing van griffierecht in strijd is met het Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel.4 De BPM kent daarmee veel Unierechtelijke problematiek. Het grensoverschrijdende element is daarbij steeds in beeld om de zaken onder het Unierecht te scharen. Of daarmee alle BPM-zaken die binnen de reikwijdte van het Unierecht vallen, worden ondervangen, is onduidelijk. In hoofdstuk 4 is immers geconcludeerd dat een grensoverschrijdend element niet doorslaggevend is.