Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/7.8.2
7.8.2 Het dictum bij een ongegrond opschortingsverweer
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950308:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. bijv. Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6758, r.o. 4.10 (opheffing van een retentierecht, omdat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is dat dit niet is opgeheven) en Rb. Den Haag (vzr.) 4 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10120, r.o. 5.1 (staken en gestaakt houden van een retentierecht).
Bijv. Rb. Rotterdam (vzr.) 30 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13392, r.o. 5.1 (opschortingsverbod). Vgl. Rb. Limburg (vzr.) 4 oktober 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:7655, r.o. 4.14 (opschortingsverbod afgewezen) en Rb. Den Haag (vzr.) 10 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2064, r.o. 4.11 (opschortingsverbod afgewezen).
HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:579, NJ 2019/187 (VGZ/Van Brink q.q.), r.o. 3.4.3 en bijv. Rb. Overijssel (vzr.) 26 juli 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2213, r.o. 4.21.
Zie bijv. Rb. Gelderland (vzr.) 1 maart 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1271, r.o. 4.6 en 5.1.
Zie ook § 7.8.1 over de proceskostenveroordeling in geval van een gedeeltelijk gehonoreerd opschortingsverweer.
Wanneer de rechter het opschortingsverweer niet honoreert, zal hij, voor zover hij geen grond heeft voor een andersluidend oordeel, het gevorderde toewijzen. Op vordering van de wederpartij kan de schuldenaar tevens worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van het ongegronde beroep op een opschortingsrecht of kan, in geval van verbintenissen over en weer uit hoofde van een overeenkomst, gehele of gedeeltelijke ontbinding worden uitgesproken.1
Ook kan de rechter op vordering van de wederpartij de schuldenaar gebieden de uitoefening van een opschortingsrecht op te heffen2 of verbieden een opschortingsrecht uit te oefenen.3 Een bevel aan de schuldenaar om zich te onthouden van opschorting kan op vordering worden versterkt met een dwangsom als bedoeld in art. 611a Rv.4 Aan een opschortingsverbod kan de voorwaarde worden verbonden dat de wederpartij zekerheid stelt voor de nakoming van haar verbintenis en dat zij in de toekomst zal blijven nakomen.5
Wanneer de rechter het opschortingsverweer niet honoreert, zal de schuldenaar doorgaans als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld (art. 237 lid 1 Rv).6