Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/769
Niet onjuist oordeel dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
HR 27-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:982
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 juni 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, J.C.A.M. Claassens, C. Caminada
- Zaaknummer
22/00387
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:982, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:436, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑04‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
Anonieme getuige gebruikt voor het bewijs conform het bepaalde in art. 344a Sv. Gelet op hetgeen het hof ten grondslag heeft gelegd aan het oordeel dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, is dat oordeel niet onjuist en ook niet onbegrijpelijk.
Samenvatting
Of een getuige kan worden aangemerkt als bedreigde getuige in de zin van art. 226a Sv, wordt beoordeeld door de rechter-commissaris en niet door de zittingsrechter. De zittingsrechter beoordeelt of, als hij voor het bewijs gebruik maakt van de resultaten van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.