RvdW 2022/177:Aanwezigheidsrecht, detentie u.a.h. gebleken uit in cassatie overgelegde stukken en door de A-G ingewonnen inlichtingen. Hof verleent verstek tegen niet verschenen verdachte en verklaart hem met toepassing van art. 416 lid 2 Sv n-o in zijn h.b. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: uit ingewonnen inlichtingen volgt dat verdachte om 01:50 uur in de nacht voorafgaand aan de tz. bij het hof door de politie is aangehouden, vervolgens is ingesloten in het cellencomplex Tilburg en nog was ingesloten t.t.v. de behandeling van zijn zaak door het hof om 9:30 uur. In het licht daarvan is de beslissing van het hof om de zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen omdat het hof een gerechtvaardigd vermoeden kon hebben dat de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, achteraf bezien onjuist, zodat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan.