Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/164
Samenstelling rechtbank bij vonnis anders dan bij behandeling zaak. Vonnis leende zich daarom niet voor bevestiging door het hof.
HR 25-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:71
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 januari 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/02577
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:71, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑01‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1129, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑11‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑05‑2021
- Wetingang
Essentie
Samenstelling rechtbank bij vonnis anders dan bij behandeling zaak. Vonnis leende zich daarom niet voor bevestiging door het hof.
Samenvatting
Eén van de rechters die het door het hof (gedeeltelijk) bevestigde vonnis van de rechtbank hebben gewezen, heeft niet aan het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg deelgenomen. Dit brengt — zonder nader onderzoek door het hof of sprake was van een administratieve misslag in de weergave van de samenstelling van de rechtbank — mee dat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en de naar aanleiding daarvan gewezen uitspraak aan nietigheid lijden. Het vonnis van de rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.