Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/176
Poging tot doodslag in het verkeer (art. 287 Sr) en doorrijden na ongeval (art. 7 lid 1 sub a WVW 1994). Voorwaardelijk opzet op de dood bij gevaarlijk rijgedrag. Heeft verdachte (gelet op het kort voor het ongeval remmen van voertuig) de aanmerkelijke kans op een potentieel dodelijk ongeval bewust aanvaard? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 25-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:7
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 januari 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, M.J. Borgers
- Zaaknummer
20/03534
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:7, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑01‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1101, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑11‑2021
Essentie
Poging tot doodslag in het verkeer (art. 287 Sr) en doorrijden na ongeval (art. 7 lid 1 sub a WVW 1994). Voorwaardelijk opzet op de dood bij gevaarlijk rijgedrag. Heeft verdachte (gelet op het kort voor het ongeval remmen van voertuig) de aanmerkelijke kans op een potentieel dodelijk ongeval bewust aanvaard? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03534
Datum 25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 oktober 2020, nummer 20-003587-18, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.