RvdW 2022/175:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademonderzoek, art. 163 lid 2 WVW 1994. Dubbel verstek. Aanwezigheidsrecht, art. 36g lid 1 sub c Sv. Had afschrift van dagvaarding in hoger beroep moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven adres (art 36g lid 1 Sv)? De vermelding van het adres in het als schriftelijke volmacht aangemerkte faxbericht van raadsvrouw kan niet anders worden begrepen dan als de opgave van een adres in de zin van art. 36g lid 1 Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de dagvaarding in h.b. aan dit adres is gezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending o.g.v. art. 36g lid 3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek op de tz. te schorsen om verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de tz. tegenwoordig te zijn. Van zo’n onderzoek blijkt niet. (Vgl. NJ 2012/695.) Volgt vernietiging en terugwijzing.