Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/156
Verzekeringsrecht. Redelijke kosten in zin art. 7:959 lid 1 BW; vergoeding kosten contra-expert; dubbele redelijkheidstoets (art. 6:96 BW); afwijking ten nadele van consument-verzekeringnemer/verzekerde, art. 7:963 lid 6 BW.
HR 28-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:81
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 januari 2022
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
20/02642
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:81, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑01‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:643, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑06‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2020
- Wetingang
Art. 7:959, 7:963 BW
Samenvatting
Art. 7:959 lid 1 BW bepaalt onder meer dat de redelijke kosten gemaakt tot het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar komen, ook al zou daardoor, tezamen met de vergoeding van de schade, de verzekerde som worden overschreden. In lid 1 is aansluiting gezocht bij (thans) art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b, BW. Dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.