Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/158
Procesrecht. Tussentijds hoger beroep of cassatie; onduidelijk of verlof is verleend. Geen hogere voorziening.
HR 28-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:83
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2022
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
21/00199
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:437, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1024, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2022
ECLI:NL:HR:2022:83, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:612, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑06‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑03‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑02‑2021
- Wetingang
Art. 401a lid 2 Rv
Essentie
Procesrecht. Tussentijds hoger beroep of cassatie; onduidelijk of verlof is verleend. Geen hogere voorziening.
Samenvatting
Het hof heeft aan partijen een afschrift van een op 22 december 2020 gedateerd arrest verstrekt, inhoudend dat verlof tot tussentijds cassatieberoep wordt verleend, terwijl op de rol van die datum is aangetekend dat geen arrest is uitgesproken. Aldus heeft onduidelijkheid kunnen ontstaan over de vraag of het verlof is verleend. De rechtszekerheid eist dan dat ervan moet worden uitgegaan dat het verlof is verleend. Om dezelfde redenen kon het hof niet later een beslissing nemen die anders luidde dan in dat afschrift was ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.