Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/434:434 Misbruik (art. 3:13 lid 2 BW): het doelcriterium
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/434
434 Misbruik (art. 3:13 lid 2 BW): het doelcriterium
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452225:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van een bevoegdheid wordt misbruik gemaakt als de bevoegdheid wordt uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend (het doelcriterium). Als meerdere doelen worden nagestreefd, geoorloofde én ongeoorloofde doelen, dan kan misbruik op grond van het doelcriterium worden aangenomen als evident is dat alléén de geoorloofde belangen een partij niet tot de uitoefening van de bevoegdheid zouden hebben bewogen (het evidentiecriterium). Niet vereist is dat de verzoeker de bevoegdheid opzettelijk of te kwader trouw met het oog op een ander doel gebruikt.
Het voorlopig getuigenverhoor strekt ertoe een partij of een belanghebbende tijdens of voorafgaand aan de hoofdzaak in staat te stellen bewijs te bewaren dan wel bewijs of opheldering te verschaffen omtrent voor (de beslissing van) de hoofdzaak relevante feiten. Een voorlopig getuigenverhoor is derhalve in strijd met het doel daarvan als er geen zicht is op een bepaalde civiele hoofdzaak, als voor de rechter en de wederpartij niet voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben of als de verzoeker geen duidelijkheid kan en wenst te verkrijgen omtrent de feiten om zijn proceskansen in de betreffende hoofdzaak beter te kunnen inschatten, de grondslag van zijn vordering te bepalen of te achterhalen wie zijn wederpartij in de betreffende hoofdzaak is (par. 8.4.2).
In de hierna volgende – niet limitatief bedoelde – gevallen wordt het doel van het voorlopig getuigenverhoor overschreden:
fishing expeditions. Fishing expeditions verdragen zich niet met het Nederlandse recht, waarin als uitgangspunt geldt dat men niet zomaar toegang kan krijgen tot informatie waarover hij niet beschikt. Een fishing expedition heeft twee kenmerken. Ten eerste ontbreekt een directe connectie tussen de gevraagde informatie en een concrete vordering. Een aanwijzing voor de afwezigheid van een directe band tussen de te bewijzen feiten en de beoogde vordering in de hoofdzaak bestaat als het feitencomplex waarover de getuigen moeten worden ondervraagd onbegrensd is. Ten tweede wordt informatie gezocht die nog geheel niet bekend is bij degene die de informatie zoekt. Doorgaans trekt de rechter de kenmerken bij zijn toetsing samen (par. 8.4.3).
een ander bewijsmiddel dan een getuigenverhoor is geëigend. Strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor bestaat als slechts schriftelijke stukken de gewenste informatie kunnen leveren. Daarnaast is een verzoek dat als inzet heeft het horen van deskundigen om een deskundigenoordeel – waarvoor kenmerkend is dat kennis en/of ervaring wordt toegevoegd aan waarnemingsfeiten – te verkrijgen, in strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor. Bij een getuigenverhoor staat immers de eigen, zintuiglijke waarneming van een getuige voorop. Een voorlopig getuigenverhoor is naar mijn mening wel mogelijk als de verzoeker een deskundige wil doen horen over feiten die deze deskundige in het kader van zijn onderzoek heeft geconstateerd en waarover hij heeft gerapporteerd of over de wijze waarop zijn onderzoek is uitgevoerd. Getuigen kunnen ook een verklaring afleggen over het bestaan en de inhoud van interne, niet voor het publiek toegankelijke rapporten (par. 8.4.4).
de verzoeker beoogt feiten onderzoeken ten behoeve van een andere hoofdzaak. Strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor bestaat als (i) de feiten niet worden verzameld in een hoofdzaak tussen de verzoeker en verweerder en kan bovendien – maar hoeft niet te – bestaan als (ii) duidelijke aanwijzingen bestaan dat een voorlopig getuigenverhoor wordt verzocht in het kader van een andere hoofdzaak dan de in het verzoekschrift genoemde hoofdzaak en (iii) er sprake is van een brei van procedures en niet duidelijk is ten behoeve van welke procedure het voorlopig getuigenverhoor wordt verzocht (par. 8.4.5).
de hoofdzaak is prematuur. De verzoeker die de hoofdzaak begint terwijl het voorlopig getuigenverhoor is verzocht om de grondslag van de vordering in de hoofdzaak te bepalen, kan in beginsel zijn eis of de gronden daarvan veranderen of vermeerderen totdat in de hoofdzaak het eindvonnis is gewezen; hij maakt geen misbruik van het voorlopig getuigenverhoor. De verzoeker die een voorlopig getuigenverhoor verzoekt om zijn wederpartij te achterhalen, kan in de hoofdzaak niet van wederpartij wisselen als de verkeerde persoon blijkt te zijn gekozen; hij kan wel misbruik van het voorlopig getuigenverhoor maken. Indien hij echter een plausibele verklaring geeft voor het beginnen van de hoofdzaak tegen de mogelijke verkeerde wederpartij en hij aangeeft een nieuwe hoofdzaak te (kunnen) beginnen als hij de verkeerde wederpartij blijkt te hebben gedagvaard, kan het verzoek wel worden toegewezen (par. 8.4.6).
het verzoek wordt gebruikt als actie- of pressiemiddel. De enkele omstandigheid dat de verzoeker van een voorlopig getuigenverhoor de openbaarheid opzoekt of op andere wijze druk kan uitoefenen met de tijdens het voorlopig getuigenverhoor verkregen informatie, is onvoldoende voor het aannemen van misbruik op grond van het doelcriterium. Daarvan is alleen sprake als evident is dat alléén de geoorloofde belangen een partij niet tot de uitoefening van de bevoegdheid zouden hebben bewogen (8.4.7).