Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/70
Uit bewijs kan niet worden afgeleid dat gebruik is gemaakt van een iPhone als technisch hulpmiddel ‘waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt’.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1730
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/00436
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1730, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:930, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑09‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑08‑2022
- Wetingang
Essentie
Uit de bewijsvoering van het hof kan niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van een iPhone als technisch hulpmiddel ‘waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt’. De bewezenverklaring is in dat opzicht ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
In art. 139f aanhef en onder 1° (oud) Sr was ten tijde van het bewezenverklaarde feit strafbaar gesteld het met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, die aanwezig is in een woning of op een andere niet voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.