Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/72
Verdachte heeft geen belang bij zijn klacht dat hof in strijd met art. 22b lid 1 onder b Sr heeft volstaan met een ‘kale’ taakstraf.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1765
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
21/04148
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1765, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:895, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
Verdachte klaagt dat het hof in strijd met art. 22b lid 1 onder b Sr wegens ‘wederspannigheid’ ex art. 181 Sr enkel een taakstraf opgelegd. Dit leidt echter niet tot cassatie wegens gebrek aan belang. Als de rechter ten onrechte volstaat met een ‘kale’ taakstraf, wordt de verdachte daardoor in beginsel niet aangetast in een hem rechtens te beschermen belang. Dat is alleen anders als uit de toelichting op het daarover klagende middel blijkt dat de verdachte wel voldoende belang heeft bij die klacht.
Samenvatting
Het hof heeft de verdachte voor ‘wederspannigheid, terwijl het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.