Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/73
Beantwoorden door politie van inkomende oproepen op onder verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoons levert in casu geen vormverzuim in de zin van art. 359a Sv op.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1768
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/01007
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Voorfase
Politierecht / Bevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1768, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:960, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat het beantwoorden door de politie van inkomende oproepen op onder de verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoons slechts een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte heeft opgeleverd, dat daarvoor geen tussenkomst van de officier van justitie was vereist en daarom geen sprake is van een vormverzuim in de zin van art 359a Sv, is niet onjuist.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat onder de verdachte drie mobiele telefoons in beslag zijn genomen en dat de politie, na die inbeslagneming, vier inkomende oproepen op een van die telefoons heeft beantwoord. Anders dan het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.