Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/89
(Medeplegen) valsheid in geschrift door als medewerker bij notariskantoor diverse stukken te vervalsen, art. 225 lid 1 en 225 lid 2 Sr. Motivering bijkomende straf (ontzetting van recht tot uitoefening van beroep van kandidaat-notaris, notarisklerk, notarieel medewerker en anderszins verrichten van werkzaamheden op notariskantoor of in notariĆ«le (advies)praktijk), art. 28 lid 1 sub 5 en 235 lid 1 Sr. 1. Heeft verdachte strafbare feiten begaan in uitoefening van beroep van notarieel medewerker? 2. Heeft bijkomende straf, v.zv. ontzetting ziet op anderszins verrichten van werkzaamheden āop notariskantoorā, betrekking op recht op uitoefening van beroep dat in voldoende verband staat met beroep waarin strafbaar feit is begaan? Ad 1. O.g.v. art. 28 lid 1 Sr kan verdachte worden ontzet van recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid bestaat in de bij wet bepaalde gevallen en als strafbaar feit is begaan in uitoefening van dat beroep. Deze ontzetting moet betrekking hebben op recht op uitoefening van beroep dat in voldoende verband staat met beroep waarin strafbaar feit is begaan (vgl. NJ 2021/78, m.nt. J.M. ten Voorde; red.). Hof heeft vastgesteld dat verdachte, nadat hij eerder was ontzet van ambt van notaris, gedurende 3 jaren in zijn functie als medewerker bij notariskantoor, in samenwerking met notaris, diverse stukken heeft vervalst dan wel valselijk heeft opgemaakt. Daarin ligt als ās hofs niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat verdachte de strafbare feiten heeft begaan in uitoefening van beroep van notarieel medewerker. Ad 2. Formulering van bijkomende straf voldoet, v.zv. ontzetting betrekking heeft op anderszins verrichten van werkzaamheden āop notariskantoorā, niet aan vereiste dat ontzetting betrekking moet hebben op recht op uitoefening van beroep dat in voldoende verband staat met beroep waarin strafbaar feit is begaan. Uit ās hofs motivering van opgelegde ontzetting van uitoefening van beroep volgt echter dat hof met bijkomende straf niet het oog heeft gehad op werkzaamheden āop notariskantoorā die geen verband houden met notariĆ«le (advies)praktijk. HR doet zaak zelf af en verstaat āanderszins verrichten op notariskantoor of in notariĆ«le (advies)praktijkā als āenig ander beroep dat inhoudt dat met notariĆ«le (advies)praktijk verbonden werkzaamheden worden verrichtā.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1767
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs.Ā M.J.Ā Borgers, M.Ā Kuijer, T.B.Ā Trotman
- Zaaknummer
22/00793
- Conclusie
A-GĀ mr.Ā A.E.Ā Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Juridische beroepen / Notaris
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1767, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19ā12ā2023
ECLI:NL:PHR:2023:915, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31ā10ā2023
Essentie
(Medeplegen) valsheid in geschrift door als medewerker bij notariskantoor diverse stukken te vervalsen, art. 225 lid 1 en 225 lid 2 Sr. Motivering bijkomende straf (ontzetting van recht tot uitoefening van beroep van kandidaat-notaris, notarisklerk, notarieel medewerker en anderszins verrichten van werkzaamheden op notariskantoor of in notariĆ«le (advies)praktijk), art. 28 lid 1 sub 5 en 235 lid 1 Sr. 1. Heeft verdachte strafbare feiten begaan in uitoefening van beroep van notarieel medewerker? 2. Heeft bijkomende straf, v.zv. ontzetting ziet op anderszins verrichten van werkzaamheden āop notariskantoorā, betrekking op recht op uitoefening van beroep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.