Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/85
Mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Verzet tegen strafbeschikking. 1. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet en hoger beroep, aangezien verzet tegen strafbeschikking buiten termijn zou zijn ingediend? Art. 257d, 257e en 257f Sv. 2. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet, aangezien verdachte voorafgaand aan en tijdens behandeling van zijn zaak bij Pr kenbaar heeft gemaakt zijn verzet in te willen trekken? Art. 257e Sv. 3. Middel benadeelde partij. Vaststelling hof van omvang van immateriële schade van b.p. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1691
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/00268
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1691, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑12‑2023
Essentie
Mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Verzet tegen strafbeschikking. 1. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet en hoger beroep, aangezien verzet tegen strafbeschikking buiten termijn zou zijn ingediend? Art. 257d, 257e en 257f Sv. 2. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet, aangezien verdachte voorafgaand aan en tijdens behandeling van zijn zaak bij Pr kenbaar heeft gemaakt zijn verzet in te willen trekken? Art. 257e Sv. 3. Middel benadeelde partij. Vaststelling hof van omvang van immateriële schade van b.p. HR: art. 81 lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.