Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.3.2:11.3.2 Suggestie en pressie
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.3.2
11.3.2 Suggestie en pressie
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Komter definieert suggestieve vragen als ‘vragen waarin feiten zijn opgenomen die pas door het antwoord kunnen worden vastgesteld’. Komter 2001, p. 27.
Komter 2001, p. 27.
Zie het rapport van het driemanschap van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken in de zaak betreffende mevrouw C.M. Post (Van Beuningen, Cleiren & Jansen 2008, p. 79).
Zie op dit punt het onderzoek van Stevens & Verhoeven 2010, p. 93 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het verhoor is suggestie en het uitoefenen van pressie een terugkerend punt van zorg. In de verhoorliteratuur wordt het belang van het stellen van open vragen en het voorkomen van suggestie sterk benadrukt.1 Komter constateert echter in dit verband dat tegenstrijdige eisen worden gesteld aan de verhorende ambtenaar. De antwoorden op open vragen bevatten immers vaak niet de mate van detail die van de getuige op specifieke onderdelen wordt verlangd. De verhoorder moet waken om op cruciale momenten de getuige geen woorden in de mond te leggen, maar in het kader van de efficiency is het onontkoombaar dat door de opsporingsambtenaren informatie wordt ingebracht die niet ter discussie staat.2 Daar komt bij dat ook van een open vraag al een zekere mate van suggestie kan uitgaan. Het gegeven dat de verhoorder ergens specifiek naar vraagt, kan de getuige al inzicht geven in het type informatie waarnaar de verhorende persoon op zoek is. Het weggeven van informatie is vooral een probleem wanneer het cruciale informatie of daderkennis betreft, waarvan achteraf (door de wijze van verbaliseren) niet meer kan worden vastgesteld dat deze door de verhoorder is aangedragen en niet op de eigen waarneming van de getuige berust. De gerechtelijke dwaling in de zaak tegen de bejaardenverzorgster Ina Post illustreert welke desastreuze gevolgen het kan hebben als de gehoorde persoon wordt gevoed met daderinformatie door de verhoorder.3
Naast het stellen van suggestieve vragen dienen verhorende functionarissen zich op grond van de wet ook te onthouden van het uitoefenen van pressie. Dit speelt vooral een rol bij verdachten,4 maar de scheidslijn tussen het zijn van getuige en (mede)verdachte is niet altijd duidelijk. Het vermoeden dat de getuige meer weet of wellicht zelfs de dader is, kan aanleiding zijn om de druk op te voeren. De recent aan het licht gekomen rechterlijke dwalingen hebben echter laten zien dat het opvoeren van druk kan leiden tot onwenselijke resultaten, zeker als dit gepaard gaat met het prijsgeven van daderkennis. De zaak Ina Post is hiervan het meest duidelijk voorbeeld.