Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.3.4:11.3.4 Inzet tactische instrumenten
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.3.4
11.3.4 Inzet tactische instrumenten
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 februari 1989, NJ 1989, 748, m.nt. ’t Hart.
Van Koppen & Malsch 2008, p. 13 en Rassin 2012, p. 77.
Zie het overzichtsartikel van Rassin, die oproept tot het staken van de inzet van dit hulpmiddel (Rassin 2012, p. 80).
Zie bijv. Crombag, Van Koppen & Wagenaar 2005, p. 209-211. Zie ook Van Koppen & Wagenaar 2010, p. 301-303 en Van Koppen & Van der Horst 2006, p. 794.
Zie over de omvang van dit probleem Van der Boor 1991 en Van Koppen & Wagenaar 2010, p. 301-303.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inzet van tactische instrumenten bij het verhoor is geregeld onderwerp van discussie in de rechtspraak en de rechtspsychologische literatuur. Zo is het gebruik van poppen bij het horen van jeugdige zedenslachtoffers een terugkerend onderwerp van debat. In 1989 heeft de Hoge Raad in het zogeheten Poppenspelarrest bepaald dat de (onderbouwde) verweren omtrent de betrouwbaarheid van de door deze methode gegenereerde onderzoeksresultaten uitdrukkelijke verwerping behoeven.1 In deze zaak stond het gebruik van anatomisch correcte poppen bij het verhoor ter discussie. De verdediging overlegde in hoger beroep een artikel waarin werd betoogd dat de poppenspelmethode vooral was bedoeld als een therapeutisch spel voor misbruikte kinderen, maar niet gold als een deugdelijk verhoorinstrument aangezien van het gebruik van deze poppen teveel suggestie zou uitgaan, hetgeen tot vertekening van de verklaring zou kunnen leiden. De verdediging had op basis daarvan de betrouwbaarheid van deze methode bij de totstandbrenging van de voor het bewijs gebruikte getuigenverklaring betwist, maar het verweer werd door het hof ongemotiveerd verworpen. In zijn arrest besloot de Hoge Raad dat indien verweer wordt gevoerd ten aanzien van de gehanteerde methode, de rechter hier niet zonder nadere motivering aan voorbij mag gaan. Sindsdien wordt het spelinterview niet meer als zodanig ingezet.2 Het blijkt echter dat poppen en anatomische tekeningen nog wel worden gebruikt als instrument om het kind te laten aanwijzen waar het is aangeraakt. Ook deze methode is omstreden, omdat zij mogelijk onjuiste verklaringen zou uitlokken. 3
De gang van zaken met betrekking tot het confronteren van de getuige met de mogelijke dader is het vaakst onderwerp van debat. De vereiste procedures moeten strikt worden nageleefd om een betrouwbaar resultaat (lees: een accurate herkenning) te genereren. Met name onder rechtspsychologen wordt geklaagd over de wijze waarop de bewijsconfrontatie wordt uitgevoerd en de (vermeende) onwil van rechters om de resultaten van onjuist uitgevoerde of enkelvoudige confrontaties van het bewijs te weren.4 Ook in de jurisprudentie die is gepubliceerd op rechtspraak.nl komt men veelvuldig overwegingen tegen die betrekking hebben op deze materie. Daaruit blijkt dat confrontaties niet altijd met inachtneming van de daarvoor bestemde procedures worden uitgevoerd en dat de resultaten daarvan toch voor het bewijs worden gebezigd. 5 Bij de wijze waarop rechters omgaan met fouten wordt in hoofdstuk 12 nader stilgestaan.