Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.3.3
11.3.3 Derden bij het verhoor
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
HR 9 mei 2000, NJ 2000, 521. Volgens de Hoge Raad is het ‘in beginsel niet onrechtmatig wanneer de verhorend ambtenaar zich bij het verhoor van de verdachte laat adviseren door een psycholoog. Dit zou slechts anders kunnen zijn indien en voor zover de psycholoog bij het verhoor wordt betrokken om te bewerkstelligen dat de verdachte een verklaring zal afleggen waarvan niet kan worden gezegd dat die in vrijheid is afgelegd’.
Weijers & Junger-Tas 2007, p. 557-562
Bullens 2006, p. 1356. Dit wordt tegengesproken door Weijers en Junger-Tas, die juist stellen dat er wel regels zijn, maar ook aangeven dat het geen kwaad zou kunnen om deze vast te leggen in een richtlijn, opdat ze voor iedereen duidelijk zijn.
Aanhangsel Handelingen II 2008/09, nr. 470 en nr. 47.
Kamerstukken II 2008/09, 30 143, nr. 30 (brief van de Minister van Justitie van 9 maart 2009).
Kamerstukken II 2008/09, 30 143, nr. 32-34. Zie ook de reactie van de minister van Justitie van 21 december 2009, Kamerstukken II 2008/09, 30 143, nr. 35.
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, Stc. 2010, 19123 (i.w.tr. 1 januari 2011).
Handelingen II 2008/09, nr. 92, p. 7257-7260.
Zie ook Haket 2007, p. 73.
Vgl. Haket 2007, p. 74.
Zie bijvoorbeeld HR 19 maart 2013, LJN BZ4477; Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2010, LJN BN1833 enRb. Groningen 20 maart 2008, LJN BC7424, NJFs 2008, 107
Bij de rechter-commissaris komt dit afhankelijk van het type zaak wel (vaker) voor.
Zie ook Witteveen 2012, p. 368.
Bij het verhoor van getuigen zijn vaak ook derden betrokken. Hierbij moet worden gedacht aan een vertrouwenspersoon, een tolk of een psycholoog aan de zijlijn. Ook de verhorend ambtenaar kan zich laten bijstaan en adviseren door een psycholoog of gedragsdeskundige.1 Zo worden bij het verhoren van jeugdigen geregeld deskundigen ingeschakeld.2 In de Aanwijzing opsporing en vervolging seksueel misbruik wordt uitdrukkelijk in deze mogelijkheid voorzien. Dat de inzet van deskundigen bij het verhoor niet geheel onproblematisch is, bleek uit de Schiedammer parkmoord. In deze zaak werd het elfjarige slachtoffer Maikel als getuige en verdachte gehoord, terwijl de orthopedagoog toekeek vanuit de regieruimte. Achteraf ontstond discussie over de vraag of hij had moeten ingrijpen toen de politie te ver ging in het uitoefenen van druk op het jonge slachtoffer. De Commissie Posthumus had forse kritiek op de rol van de orthopedagoog, die zich in het Nederlands Juristenblad verweerde door zich te beroepen op de ontbrekende regels en te stellen dat hij niet had kunnen ingrijpen.3
Bij het afnemen van het verhoor van personen met een verstandelijke beperking werd dit in het verleden ook wel overgelaten aan deskundigen met een speciale opleiding uit de zogenaamde ‘verhoorderspool’. Het betreft een groep – door de rechercheschool gecertificeerde – deskundigen (orthopedagogen en psychologen) die beschikken over specifieke kennis met betrekking tot de communicatie met personen met een verstandelijke beperking. Mede naar aanleiding van de opschudding in de Schiedammer parkmoord omtrent het horen van Maikel is men in januari 2009 op initiatief van het Openbaar Ministerie afgestapt van gebruikmaking van de verhoorpool voor het afnemen van het verhoor. Reden hiervoor was dat de deskundigen teveel vanuit hun rol als hulpverlener zouden opereren en te weinig oog zouden hebben voor de waarheidsvinding. Het voornemen om te stoppen met de inzet van deskundigen bij het afnemen van verhoren stuitte echter op de nodige weerstand bij belangenorganisaties van gehandicapten en leidde tot Kamervragen.4 Vertegenwoordigers van de belangenorganisaties stelden zich op het standpunt dat niet kon worden volstaan met inzet van deskundigen achter de schermen, daar opsporingsambtenaren onvoldoende adequate kennis zouden hebben om mensen met een verstandelijke beperking te horen.5 Zij werden daarin gesteund door een aantal moties vanuit de Tweede Kamer, waarin onder meer werd aangedrongen op het vastleggen van de werkwijzen omtrent het horen van verstandelijk gehandicapte personen door de politie tezamen met externe deskundigen.6
Thans is uitdrukkelijker dan voorheen het uitgangspunt dat opsporingsambtenaren zijn belast met het afnemen van verhoren en externe deskundigen daarbij slechts een adviserende rol hebben. Deze adviserende rol kan gestalte krijgen voorafgaand aan het verhoor door betrokkenheid bij het verhoorplan en overleg over de geschikte wijze van communicatie met betrokkene en tijdens het verhoor door het adviseren van de verhorende ambtenaren vanuit de regiekamer. In uitzonderingsgevallen kan de deskundige echter worden toegelaten tot het verhoor zelf en bij ernstige communicatieproblemen wordt het soms opportuun gevonden om de deskundige zelf het verhoor te laten afnemen. Dit kan echter uitsluitend geschieden met toestemming van de officier van justitie. Het voorgaande is neergelegd in de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik.7 Deskundigen kunnen echter niet alleen worden ingezet bij verhoren in zedenzaken, maar ook daarbuiten.8
Naast deskundigen komt het ook wel voor dat vertrouwenspersonen bij het verhoor aanwezig zijn of willen zijn. In de praktijk wordt dit soms wel en soms niet toegelaten.9 De aanwezigheid van derden kan de verklaringsvrijheid of verklaringsbereidheid van de getuige beperken.10 Daarnaast kan van de aanwezigheid van een familielid ook anderszins oneigenlijke beïnvloeding uitgaan. Dit is de reden dat de Aanwijzing voorschrijft dat vertrouwenspersonen in beginsel niet bij het inhoudelijk deel van het verhoor aanwezig mogen zijn. Uit de jurisprudentie blijkt dat het ook wel gebeurt dat de getuige wordt gehoord in bijzijn van een derde die later zelf nog als getuige moet worden gehoord.11 Dit kan evenwel voor de rechter aanleiding zijn de tweede verklaring voor het bewijs uit te sluiten vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid. Hij is daar echter niet toe verplicht. Het is in de praktijk niet gebruikelijk dat de getuige een eigen advocaat bij zich heeft bij de politie, maar dit kan wel voorkomen.12
Ook de rol van de tolk bij het verhoor is een punt van zorg. Indien de getuige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst wordt een tolk ingeschakeld. De ondervraging geschiedt dan via een tussenpersoon wat de communicatie tijdens het verhoor aanzienlijk bemoeilijkt. Het probleem is dat er niemand is die erop toeziet dat de tolk de woorden van de getuige correct vertaalt. Daarbij komt dat lang niet elke tolk de kunst beheerst van het simultaan vertalen. Vaak wordt volstaan met het geven van samenvattingen van wat de getuige zegt. Het is ook niet ongebruikelijk dat er discussies ontstaan tussen getuige en tolk over de bedoeling van de vraag van de verhoorder of het gegeven antwoord en dat de tolk in dit verband nadere vragen stelt aan de getuige.13