Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/17
Cassatie in het belang der wet. Caribische zaak. Tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf vanwege een nieuw gepleegd strafbaar feit is alleen mogelijk als de veroordeling voor dat nieuwe feit onherroepelijk is.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1786
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/00082
- Conclusie
A-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1786, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:746, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑07‑2025
- Wetingang
Essentie
Cassatie in het belang der wet. Caribische zaak. Het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegde straf — gegrond op de omstandigheid dat de verdachte een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd — afgewezen, omdat er nog geen onherroepelijke veroordeling voor dat nieuwe feit is. Kan de regeling van de artikelen 17a tot en met 17k van het Wetboek van Strafrecht BES niet anders worden gelezen dan in die zin, dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf vanwege een nieuw gepleegd strafbaar feit niet mogelijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.