Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/28
Verduistering van geldbedragen tot bijna € 10.000 door als ‘hulpverlener in huishouden’ geldbedragen te pinnen en betalingen te verrichten met ter beschikking gestelde bankpas, terwijl aangever in ziekenhuis en zorghotel verblijft (art. 321 Sr). Post-Keskin, overleden getuige. Kon hof oordelen dat gebruik voor bewijs van verklaring van inmiddels overleden aangever niet in strijd is met recht op eerlijk proces (art. 6 EVRM), hoewel ondervragingsmogelijkheid voor verdediging heeft ontbroken? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1720
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02940
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1720, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:973, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Essentie
Verduistering van geldbedragen tot bijna € 10.000 door als ‘hulpverlener in huishouden’ geldbedragen te pinnen en betalingen te verrichten met ter beschikking gestelde bankpas, terwijl aangever in ziekenhuis en zorghotel verblijft (art. 321 Sr). Post-Keskin, overleden getuige. Kon hof oordelen dat gebruik voor bewijs van verklaring van inmiddels overleden aangever niet in strijd is met recht op eerlijk proces (art. 6 EVRM), hoewel ondervragingsmogelijkheid voor verdediging heeft ontbroken? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02940
Datum 25 november 2025
ARREST ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.