RvdW 2026/27:Medeplegen grootschalige handel in valse Britse muntstukken (van 1 pond) door deze gedurende lange periode af te nemen van leverancier, te vervoeren, op te slaan en uit te voeren naar Groot-BrittanniĆ«, art. 209 Sr. 1. Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Had hof het OM n-o moeten verklaren in vervolging wegens overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk). Heeft hof in strijd met ā€˜reformatio in peius-beginsel’ hogere straf opgelegd dan Rb en wekt opgelegde straf verbazing gelet op vordering A-G bij hof? 3. Bewijsklacht wetenschap van valsheid. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/14 en NJ 2026/8. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (gebrek in ondertekening van schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffier hof).