Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.3.2.b:8.3.2.b Het strafrecht, civiele recht en bestuursrecht
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.3.2.b
8.3.2.b Het strafrecht, civiele recht en bestuursrecht
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362988:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland bestaan grofweg drie grote rechtsgebieden, het strafrecht, het civiele recht en het bestuursrecht. In het strafrecht en bestuursrecht staan burger en overheid tegenover elkaar en is het duidelijk dat het kenbaarmakingsbeginsel van toepassing is als het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht. Daarmee lijkt de toepasbaarheid van dit recht zich te beperken tot voorgenomen besluiten die kunnen worden voorgelegd aan de strafrechter of de bestuursrechter (inclusief vreemdelingenrechter en belastingrechter). Dat is mijns inziens niet het geval. De civiele rechter is namelijk bevoegd ten aanzien van bepaalde fiscale besluiten. Wanneer de belastingdienst ten aanzien van een belastingplichtige een bezwarend besluit neemt inhoudende de verschuldigdheid van een zeker bedrag aan belasting, dan moet de belastingplichtige dit bedrag binnen een bepaalde tijd betalen. Een gemotiveerd bezwaarschrift heeft in beginsel een schorsende werking, maar een beroepschrift niet (paragraaf 2.1.5). In veel gevallen verleent de belastingdienst op verzoek wel uitstel, maar niet altijd. Een afwijzing van een verzoek om uitstel van betaling is een rechtsreeks en individueel besluit dat voor de betreffende belastingplichtige nadelig is. Het kenbaarmakingsbeginsel is op een voornemen tot het nemen van een dergelijk besluit, gelet op de zaken Åkerberg Fransson en Siples (paragraaf 4.7) van toepassing als het verzoek om uitstel van betaling ziet op een fiscaal besluit dat binnen de reikwijdte van het Unierecht valt, bijvoorbeeld bij een naheffingsaanslag omzetbelasting.1 Het ten uitvoer brengen van het Unierecht moet immers niet eng worden uitgelegd en uitstel van betaling raakt dan direct de inning van de omzetbelasting. Op het verzoek is – als de belastingdienst voornemens is het verzoek af te wijzen – het kenbaarmakingsbeginsel van toepassing. Als de belastingplichtige wil opkomen tegen het afwijzen van een verzoek om uitstel van betaling is de civiele rechter bevoegd.2