Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/423:423 Internationale, absolute en relatieve bevoegdheid
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/423
423 Internationale, absolute en relatieve bevoegdheid
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459511:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse rechter die zijn bevoegdheid in de hoofdzaak kan baseren op een van de bevoegdheidsgronden in art. 4 of 7-26 EEX-Vo Ibis (art. 2 of 5-24 EEX-Vo of EVEX) is ook bevoegd om kennis te nemen van een ten behoeve van die hoofdzaak verzocht voorlopig getuigenverhoor. Een voorlopig getuigenverhoor kan niet worden aangemerkt als een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van art. 35 EEX-Vo Ibis (art. 31 EEX-Vo) als het doel van het voorlopig getuigenverhoor het inschatten van proceskansen, het bepalen van de grondslag van de toekomstige vordering of het achterhalen van de wederpartij is. Mogelijk kan een voorlopig getuigenverhoor dat wordt gevraagd met als doel het voorkomen van verlies van bewijsmateriaal wél worden beschouwd als een maatregel in de zin van art. 35 EEX-Vo Ibis (art. 31 EEXVo) (par. 4.2.2.2). Op grond van de Bewijsverordening kan de bevoegde Nederlandse rechter overeenkomstig de Nederlandse bepalingen aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat vragen een (voorlopig) getuigenverhoor te houden dan wel bij het centraal orgaan of bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken rechtstreeks een (voorlopig) getuigenverhoor te houden in die andere lidstaat. Voorwaarde is dat het verzoek wordt gedaan met het doel partijen in staat te stellen zich bewijs te verschaffen voor gebruik in een aanhangige of voorgenomen procedure. De Bewijsverordening heeft geen exclusieve werking (par. 4.2.2.3).
Als een geding reeds aanhangig is, is alleen de rechter voor wie het geding aanhangig is absoluut en relatief bevoegd tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor. Als nog geen geding aanhangig is gemaakt, is de rechter tot wiens absolute bevoegdheid de zaak vermoedelijk zal behoren absoluut bevoegd om kennis te nemen van het verzoek. Relatief bevoegd is dan ten eerste de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen indien deze aanhangig wordt gemaakt en ten tweede de rechter binnen wiens rechtsgebied de personen die men als getuigen wil doen horen, of het grootste aantal van hen, woonachtig zijn of verblijven (par. 4.2.3 en 4.2.4).