Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/20
Opzettelijk uitgeven van vals biljet van vijftig euro in een supermarkt, artikel 213 Wetboek van Strafrecht. Slagende bewijsklacht opzet op de valsheid.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1780
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04478
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1780, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1024, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2024
- Wetingang
Art. 213 Sr
Essentie
De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor het uitgeven van vals geld — een biljet van vijftig euro — in een winkel (artikel 213 van het Wetboek van Strafrecht). In cassatie wordt terecht geklaagd over het oordeel van het hof dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de valsheid van het biljet.
Samenvatting
Het hof heeft de volgende vaststellingen gedaan. De verdachte betaalde op 7 maart 2021 met een biljet van € 50. De kassamedewerker haalde het biljet door twee verschillende scanapparaten en zag dat deze telkens ‘op rood’ sprongen. Vervolgens riep de medewerker de teamleider ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.