Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.1.6:1.6.1.6 Artikel 887 OBW
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.1.6
1.6.1.6 Artikel 887 OBW
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859131:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De derde en laatste bepaling die ziet op onwaardigheid in het versterferfrecht is artikel 887 OBW. Deze uit de Code Civil overgenomen bepaling luidt als volgt:1
‘Kinderen van eenen onwaardig verklaarden persoon, uit eigen hoofde tot de erfenis komende, zijn niet uitgesloten door de schuld van hunne ouders; doch deze zijn in geen geval bevoegd om van de goederen dier nalatenschap het vruchtgenot te vorderen, hetwelk de wet aan ouders op de goederen van hunne kinderen toekent.’
Met deze bepaling heeft de wetgever de weg van de onwaardige versperd om voordeel te genieten in de vorm van het ouderlijk vruchtgenot. Tijdens de beraadslagingen in 1823 is de vraag opgeworpen of de ouders ook van het beheer van de goederen moeten worden uitgesloten. Volgens de regering is daarover reeds gehandeld bij artikel 437 OBW, echter dat artikel spreekt enkel over voogdij. Dat betekent dat de onwaardige ouder het beheer van de goederen niet is ontzegd.2
In paragraaf 1.2 is naar voren gekomen dat onwaardigheid niet op de goederen blijft rusten. De onwaardige kan de goederen alsnog in handen krijgen doordat hij later als erfrechtelijke verkrijger opkomt in een nalatenschap waarin goederen zijn gevallen uit de nalatenschap waarin hij is uitgesloten. Artikel 887 OBW heeft daarentegen wel enige raakvlakken met zaaksgevolg. Voor wat betreft het ouderlijk vruchtgenot blijft de onwaardigheid op de goederen rusten.